is toegevoegd aan je favorieten.

De onuitgegeven parlementaire redevoeringen van Mr. J. R. Thorbecke

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landsche Zaken in de Eerste Kamer zou hebben gezegd. Ik heb die opteekening nu voor het eerst vernomen; maar, zoo als die door den geachten redenaar is voorgelezen, blijkt daaruit juist ten duidelijkste, dat de Minister van Binnenlandsehe Zaken niets anders heeft toegezegd,' dan hetgeen nu, bij dit ontwerp, is voorgesteld. De geachte redenaar heeft, naar het mij voorkomt, die aanteekening zóó gelezen, alsof daaruit zou voortvloeien, dat herziening wierd toegezegd in het belang van de personen, waarvan deze wet gewaagt; maar het verband der woorden toont aan, dat van het belang dier personen enkel werd gesproken in verband met de uitvoering. Het is geenszins herziening, welke in het belang dier personen werd beloofd.

Wanneer men nu dit, hetgeen mij voorkomt een misverstand te zijn in de lezing van den geachten spreker, ter zijde legt, dan is het volkomen duidelijk, dat ook in die woorden niets anders is gelegen dan hetgeen thans door de nu voorgestelde wijziging wordt vervuld.

Tot nader bewijs behoef ik slechts aan te halen hetgeen door sommige leden der Eerste Kamer is gezegd, en dat men in het Bijblad vindt opgeteekend. De grief, welke men daar tegen de aanneming der wet had, was die, welke nu zal worden verbeterd. Men heeft gezegd: de \\ et behelst onzin en onzin kan door de Eerste Kamer niet worden bevestigd. Ik lees onder andere in de redevoering van den heer van Beeck Vollenhoven: „De toezegging, die de heer Minister van Binnenlandsehe Zaken daar zoo even gedaan heeft, zal mij nopen voor het ontwerp te stemmen; ware die toezegging zoo pertinent niet gegeven, om zoodra mogelijk eene wijziging van het ontwerp aan te bieden, ik had mijne goedkeurende stem aan de wet onthouden; nu echter zal ik over die misstelling heenstappen, om het gewicht der zaak, die hier behandeld wordt, waarbij zoo veler belangen betrokken zijn".

Het is dus op die misstelling, dat de hoofdbedenking berustte. Dat blijkt ook uit het gezegde van den heer van Nispen van Pannerden, die andere feilen heelt aangevoerd, maar die ook ten gevolge van de toezegging eener herziening dezer litterale misstelling verklaarde de wet te zullen aannemen.

Ik herinner mij nog zeer duidelijk hetgeen toen is voorgevallen, en ik heb niets anders gezegd, dan hetgeen ik herhaald heb; en ik heb niets anders kunnen zeggen; want ik zag niet in, dat de wet op andere punten eene verbetering behoefde. Dit nu wil niet zeggen, dat het Gouvernement deze wet voor volmaakt houdt; het Gouvernement is niet genegen eenig voorstel van wet, eenig menschelijk werk voor volmaakt te houden; maar het ziet niet in, dat de feilen, die men opgeeft, inderdaad als feilen van deze wet zijn te beschouwen en eene herziening van de wet eischen.

De geachte spreker uit Gelderland is teruggekomen op den toestand van dezelfde personen in de Lijmers en andere plaatsen, waarvan in het Verslag, en vervolgens in de Memorie van Beantwoording wordt