Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ofschoon ze toen zelfs de leden van de Tweede Kamer hadden tc verkiezen, soms zaten gedurende slechts eenige dagen; maar ik kan daarentegen ook voorbeelden aanhalen van Statenvergaderingen die weken achtereen hebben gezeten en ik weet niet dat in eenige provincie toen dat bezwaar is geopperd. Men heeft, hetgeen aan elk lid toekwam uit die aigemeene som, niet zoozeer beschouwd als eene vergoeding; men heeft de betrekking waargenomen om de eer, om het nut dat men in die betrekking aan de provincie kon bewijzen.

Indien het beginsel wierd aangenomen, dat de geachte spreker schijnt voor te staan, het verschil ten laste der schatkist zou groot zijn. In dat geval zou men niet lager kunnen gaan dan zes gulden daags voor elk lid. En wanneer men nu rekent twee gewone vergaderingen in het jaar, elke vergadering van veertien dagen, dan zou de geheele som bedragen, zoo ik wèl zie, bij de tachtig duizend gulden. Ik reken alleen die leden, die buiten de plaats van de vergadering wonen. Nu daarentegen zal de uitgave bedragen acht en twintig ft negen en twintig duizend gulden. Ik verzoek daarbij het geachte lid te willen letten op het groote verschil bij vroeger, toen voor de leden der Statenvergadering eene som van zestien duizend gulden was toegestaan, die nu voor de twee gewone vergaderingen alléén, indien ze slechts veertien dagen duren, zal neerkomen op acht en twintig a negen en twintig duizend gulden. Hierbij moeten nu worden gevoegd de kosten der buitengewone vergaderingen, en daarenboven nog de reiskosten.

De heer Slielier komt terug.

De voorgaande spreker heeft hetgeen ik de eer had te zeggen zoo voorgesteld, als of het hier aankwam op eene keuze tussehen ƒ 28,000 en ƒ 80,000; maar de geachte spreker heeft zich niet herinnerd, dat ik het minimum heb genomen; twee gewone vergaderingen, elk durende slechts veertien dagen. Doch wat belet de Provinciale Staten de vergaderingen van veertien dagen tot vier weken, tot zes weken, tot twee maanden uit te strekken? Het minimum is hier niet het maximum; en ik zal nauwelijks behoeven te doen opmerken, dat ook hierin eene reden gelegen is van dit stelsel van voordracht. Men heeft de kosten, die ten laste van de schatkist zouden zijn te brengen, geheel niet onder eenig beleid; die kosten zullen te eenen male willekeurig zijn, geheel afhangende, in de onderscheidene provinciën, van den duur van die onderscheidene vergaderingen. De buitengewone vergaderingen kunnen niet dan met machtiging van den Koning plaats hebben; de Koning zal niet licht weigeren, maar gesteld dat de Koning uit eene financieele bedenking weigerde, de duur van die vergaderingen zal, zoo van gewone als van buitengewone, niet wel kunnen worden beperkt, en geheel en al afhangen van den loop, dien de werkzaamheden in de verschillende vergaderingen kunnen nemen. Daarom ook scheen

Sluiten