Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rj;:™T?r! me' "rt- 40' 200 *<"tn«hg«n.Mdeeri,

T',lc beP»k>>. <i»« in dit gefal de oudlite wethouder verp cht zou zijn te doen, wat de burgemeester nalaat?

-ehoudeTliDg 71 den,dag' Waar°P de Raadsvergadering zal worden g ouden, moet van den burgemeester blijven afhangen. De buw-

—r rU ge,dWOngen kUDnen WOrden' 0m °P een beP«^en

kunnen Raf te ho»den. Hij zou zich daarvan altijd

f- , J6!!0 °nen' door te ^ggen: „Op dien dag is het mij on-

uitstrekken T* T^i Z°°danige verschooning nooit zóóver kunnen uitstrekken, om daardoor het houden van eene Raadsvergadering dagen

weken, maanden te verschuiven. Hierin voorziet nu wel het amendement van den geachten spreker. Maar eene schriftelijke herinnering

diliniT TefmeeSte,r W°rdt t0egezon<]en' sch'.lnt dan toch eene han-

1 rg'dni 7 gen°eg °m d6n dag te bePaIen' welken

de raadsvergadering moet worden gehouden. De toezending van de

schriftelijke herinnering, welke toezending de terminus a quo zal ,ijn

dr"lï n nfd^0^ 7 * Waarborgen dat de burgemeester binnen drie dagen na de toezending van die herinnering de raadsvergadering

za bijeenroepen. Waaruit zal blijken dat de burgemeester juist vóór

tv Cn schriftelijke herinnering heeft ontvangen9

Dit zijn de bedenkingen tegen het middel dat voorgesteldis, welke

ik aan het oordeel der Vergadering onderwerp. Ik kom thans, daar-

denkin? • T T^1 bCter ware' teniS °P eene vroegere be¬

denking op de vraag of men hier een middel behoeft. Is het geval

t "TT1 W6nSCht tG V0°rzien' inderdaad d»kbaJ? Ik " . , v, , meen dat de burgemeester bedenken zal waaraan hij zich blootstelt, alvorens, op den duur, dagen lang te weerstaan aan het verlangen van de leden van den Raad, die het houden van

ITn J6rg ri°g Vragen; t0 weerstaan aan den wil van het college van burgemeester en wethouders; niet te gehoorzamen bovenal aan et voorschrift van het reglement van orde, dat het houden van aa . vergaderingen op bepaalde dagen vaststelt. Ik geloof dat de burgemeester, zich herinnerende zijne betrekking tot den Raad zijne betrekking tot het college van burgemeester en wethouders, bedenkende

Xtt U1i7Sl T611^ Z°Ude W°rden' Cn h°e hiJ de raadsverhebben ; ÏÜ onvermijdelijk, al meer en meer zou te duchten hebben, zich wel drie malen bedenken zal, alvorens aan der-rel ijken eigenzin, aan dergelijke willekeur toe te geven. ^eiijKen

BevaUen'toegelatenT 66,16 uitzo,lderin« voor spoedeischende

De geachte spreker uit Nijmegen is ten aanzien van mijne rede niet zoo gemakkelijk geweest, als ik mij getoond heb ten aanzien van zijn voorstel, en dit verplicht mij, met een enkel woord te antwoorden op hetgeen nog door hem is gezegd. n op

Sluiten