Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervulling v:m andere voorwaarden door den wetgever mocht worden verlangd, alvorens de naturalisatie mocht worden verleend, de wetgever van de vervulling dier voorwaarden zal afhankelijk maken, de naturalisatie in een bijzonder geval.

Art. t:fO. Strijd tusschen de tweede en de laatste alinea van dit artikel? Deze blijkt, meent de heer van Hall, hieruit, dat goederen van welke eene gemeente door verhuring inkomsten trekt tengevolge van lid '2 zullen strekken ten bate der vereniging, terwijl die zelfde goederen, zoo de ingezetenen daarvan de vruchten trokken in natura, krachtens het laatste lid niet het eigendom der nieuwe gemeente worden. De heer van Nispen, zich beroo|iend op het eenparig gevoelen der Staten van Gelderland, ziet in het tweede lid eene krenking van eigendomsrecht.

De geachte spreker uit de hoofdstad, Mijne Heeren, meent, dat vereeniging van gemeenten in ons land zeer wenschelijk is. Ik ben evenzeer als de geachte redenaar overtuigd, dat men de gelegenheid daartoe op alle wijzen moet waarnemen, en zoo nu deze artikelen, in de wet opgenomen, een beletsel mochten zijn tegen vereeniging, dan zou ik mijn doel zeer hebben gemist. Zij zijn voorgesteld, omdat zij inderdaad en dit is nog mijne meening — den weg tot vereeniging zullen banen in stede van dien te belemmeren.

Indien deze regelen worden in acht genomen, dan zullen ze medebrengen , dat men niet beslissen zal dan nadat alle belangen met rechtvaardigheid zuilen zijn onderzocht en overwogen.

De geachte spreker vindt strijd tusschen de tweede alinea van art. 130 en de laatste alinea. In de tweede alinea is gesproken van eigendom waarvan de gemeente genot hoeft; in de laatste alinea is alleen sprake van eigendom waarvan niet de gemeente, maar sommigen van de ingezetenen der gemeente het genot, de vruchten hebben, en er wordt gezegd dat die ingezetenen en zij die later in denzelfden toestand komen als waarin de tegenwoordige vruchttrekkenden zijn, in dat genot zullen blijven. Hoe dat nu zou kunnen worden uitgelegd, alsof ten aanzien van den eigendom strijd ware tusschen de laatste alinea en de tweede, is mij niet duidelijk.

De geachte spreker heeft het voorbeeld bijgebracht van huur of pacht, in geld te voldoen; maar daar geldt het inkomsten van de gemeentekas, en hier geldt het trekken van vruchten in natura van iets, dat voor het overige gemeente-eigendom is, vruchten, dieevenwel niet worden gestort in de gemeentekas, om ten algemeenen nutte van de geineentek even als de overige inkomsten van de gemeente, te worden gebruikt, maar die individueel toekomen aan en genoten worden door die ingezetenen van de gemeente, welke op het vruchtengenot recht hebben. Ten aanzien van dat vruchtcngenot is gezegd, dat het zal blijven aan de ingezetenen, die tot dusverre het genot hadden; er zal geen sprake van kunnen zijn, dat vruchtengenot te verdeelen over al

Sluiten