Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermogen, afzonderlijke inkomsten of lasten hebben, te dezen aanzien eene huishoudelijke afzondering kan blijven bestaan. En daardoor is juist voorzien in den toestand van die gemeenten, waarop de geachte spreker het oog had. Dat bij vereeniging van gemeenten dergelijke afzonderlijke huishouding zal kunnen worden toegelaten, volgt ook uit het artikel dat thans in beraadslaging is, uit art. 130 zelf. Derhalve was hetgeen de geachte spreker mij in den mond legde geenszins de meening van den Minister, die het ontwerp verdedigt, of van het ontwerp zelf.

De geachte spreker uit de hoofdstad heeft nog gemeend, dat wanneer in de laatste alinea van dit artikel gesproken wordt van ingezetenen, dan bedoeld worden alle ingezetenen. Het komt mij voor, dat wanneer hier sprake is van ingezetenen, dat dit dan zijn die ingezetenen, die vruchten in natura trekken uit de gemeente-eigendommen, hetzij dat zijn alle ingezetenen der gemeente, of de ingezetenen van eene wijk, van eene afdeeling der gemeente. Diegenen, die vruchten in natura trekken, zoodanige vruchten trekkende ingezetenen van eene gemeente, welke met eene andere vereenigd wordt, zullen in die nieuwe gemeente' ontstaan uit de vereeniging van twee andere, blijven trekken de vruchten' die aan dat deel der gemeente-ingezetenen behoorden.

De geachte spreker uit Arnhem (de heer Mackay) is begonnen met te zeggen, dat hij was tegen dit artikel, omdat alle belemmering ten aanzien van vereeniging van gemeenten zou ophouden, en vervolgens heeft die geachte spreker gezegd, dat dit artikel zoo groote moeilijkheden in den weg zal leggen, dat men tot zoodanige vereeniging niet zou kunnen geraken. Ik meen, dat dit artikel eenvoudig voorschrijft, wat men in het oog moet houden, waar men eene vereeniging van gemeenten beoogt, dat men den individueelen toestand van de gemeenten, die zouden worden vereenigd, nauwkeurig moet onderzoeken Van den uitslag van dat nauwkeurig onderzoek zal dan blijken, wat van beide, öf de natuurlijke toestand (en die is gemeenschap), 'óf de toestand van uitzondering, aan het voorstel van wet tot veree'nigin" ten grondslag zal kunnen worden gelegd.

Art. -147. I)e Raad benoemt, zooverre de benoeming niet aan anderen behoort, op de wijze, bij plaatselijke verordeningen te bepalen, de leden en beambten van het bestuur der godshuizen en andere instellingen van liefdadigheid. De heer De Man stelt voor achter „behoort" in te voegen „of dooi' den stichtingsbrief of bestaande wettige voorschriften is geregeld".

Twee opmerkingen vooraf, Mijnheer de Voorzitter. De geachte spreker heeft zich zeiven bij het ontwerpen van zijn amendement een bijzonder geval voorgesteld, waarin zoo het hem toeschijnt niet door het artikel is voorzien. Hij meent, dat het artikel niet bedacht geweest is op het geval, dat de stichtingsbrief zelf aan den Raad de benoeming van de leden of van de beambten van het armbestuur of van weldadige

Sluiten