Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gestichten heeft opgedragen. Ik meen echter dat dit geval begrepen is in het artikel. Er wordt de uitzondering gemaakt, „zooverre de beaming niet aan anderen behoort", maar, indien de stichtingsbrief zelf de benoeming heeft opgedragen aan den Raad, dan zal de benoeming niet door anderen maar door den Raad geschieden; en dan zal dus het artikel in zooverre toepasselijk zijn. Nu meent de geachte spreker dat, om in zulke gevallen, als hetgeen plaats vindt in de stad zijner inwoning, te voorzien, zou kunnen en behooren te worden gevoegd achter het woord „behoort": of door den stichtingsbrief of begaande wettige voorschriften is geregeld. Het amendement, zoo'als het daar ligt, is, geloof ik, niet aannemelijk, daargelaten nu het beginsel waaruit het amendement is ontleend; het opstel van het amendement' zoo als het luidt, schijnt mij niet aannemelijk. Wat zal er uit volgen? Kt staat: ,,of door den stichtingsbrief of bestaande wettige voorschriften is geregeld'. In het geval dus, dat. de benoeming is geregeld door eene vroegere wettige plaatselijke verordening, zal die plaatselijke verordening nu niet door eene volgende plaatselijke verordening kunnen worden veranderd. Dat kan nooit het doel zijn van den geachten voorsteller. Het doel van den geachten spreker is om in stand te houden het Koninklijk besluit van 1817 ten aanzien van de stichtingen van ïjmegen, wat namelijk betreft de orde van benoeming van het bestuur, maar het doel van den geachten spreker kan niet zijn waar de wijze van benoeming door eene wettige plaatselijke verordening geregeld mocht zijn, aan den Raad voor het vervolg te ontnemen de bevoegdheid om die verordeningen te wijzigen. Ik geloof derhalve dat het amendement, zóó gesteld, niet wel aannemelijk is. Meent de geachte spreker, dat hier inderdaad gevorderd wordt, — niet in het belang van eene enkele stichting, want het kan niet de meening zijn van den geachten spreker om een regel, die voor het overige goed geacht wordt, in het belang van eene enkele stichting te willen wijzigen, meent hij dat met opzicht tot onderscheidene gevallen het artikel eene wijziging behoeft, dan zou ik hem in bedenking geven de wijziging zoo te stellen: „Hij benoemt, op de wijze bij plaatselijke verordeningen te bepalen, de leden en beambten van het bestuurder godshuizen en andere instellingen van liefdadigheid, ten ware de benoeming door een het gemeentebestuur verbindend voorschrift zij geregeld". Dan, geloot ik, zal de geachte spreker verkrijgen wat hij wenscht, en dan zal niet ontstaan datgene wat de geachte spreker niet kan willen, namelijk, dat men bij dit wetsontwerp onveranderlijk maakt de voorschriften, welker verandering tot de bevoegdheid der plaatselijke besturen moet blijven behooren. Voor zoover ik nu zie zal, indien de geachte spreker het door mij aangegevene als amendement voorstelt, daartegen bij mij niet bestaan eenige hoofdbedenking zou ln dle laatste woorden: „ten ware de benoeming door een het gememtebestuur verbindend voorschrift zij geregeld", ingesloten zijn hetgeen

Sluiten