Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu in het begin staat: zooverre de benoeming niet aan anderen behoort; en tevens zal die bijvoeging voldoen aan hetgeen de geachte spreker verlangt, dat namelijk, wanneer bij een voor den Raad verbindend voorschrift, bij den stichtingsbrief bij voorbeeld, de wijze van benoeming ware geregeld, die wijze van benoeming door eene plaatselijke veror^ dening niet zal kunnen worden veranderd. Ik zal afwachten of hetgeen lk daar gezegd heb, den geachten voorsteller aanleiding kan geven tot wijziging van zijn amendement. Maar het amendement zoo als liet nu door den geachten spreker is voorgesteld, moet ik blijven afraden.

fie l.eer De Man wijzigt zijn amendement, gelijk door den Minister werd aangegeven.

De geachte voorsteller van het amendement heeft niet duidelijk gezegd, of hij zou willen laten vervallen, hetgeen, mijns inziens noodzakelijk vervallen moet, n.1. de woorden: „zooverre de benoeming niet aan anderen behoort", zoodat dan het artikel luiden zou: Hij benoemt, op de wijze bij plaatselijke verordeningen te bepalen" de leden en beambten van het bestuur der godshuizen en andere instellingen van liefdadigheid, ten ware de benoeming door een, het gemeentebestuur verbindend, voorschrift zij geregeld". Het komt in het geheel niet te pas, mijns inziens, bij hetgeen nu als amendement door den geachten spreker wordt voorgesteld, nog in den eersten regel te zeggen: „zooverre de benoeming niet aan anderen behoort".

De heer \ peij bestrijdt het amendement.

Ik moet zeggen, Mijne Heeren, dat ik geheel ben van het gevoelen van den geachten spreker die het laatst het woord heeft gevoerd dat ook ik het amendement niet noodig acht, althans niet in den Uest waarin het artikel is gesteld. De geest van het artikel brengt mede de huishoudelijke vrijheid van den Raad ten aanzien van het punt dat hier behandeld wordt, op alle wijze te handhaven, tenzij waar de vrijheid beperkt mocht zijn op eene wettige wijze, op eene wijze die de Raad met zijne macht van huishoudelijke regeling niet veranderen kan, en dat is ten aanzien van stichtingsbrieven zonder eenden twijfel het geval. Of dit het geval zou zijn met het Koninklijk besluit van 181/ of een ander Koninklijk besluit, wanneer ook genomen is eene vraag die in het geval zelf waarin zoodanige vraag mocht voorkomen , zou moeten worden onderzocht en beslist.

Het amendement van den heer De Man wordt met 59 tegen 4 stemmen verworpen.

Art. 148. lïegrooting en rekening der godshuizen enz. Volgens liet ontwerp zouden behalve de begrooting en rekening der godshuizen en andere instellingen van liefdadigneid, die uit de gemeentekas onderstand genoten, ook de

Sluiten