Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoovele gemeenten, om aanstonds te bespeuren hoeveel daar te schorsen en te vernietigen aan een later Gouvernement is overgebleven. Geschorst of vernietigd is er zeer weinig, en zoo men iets te verwijten had aan die vorige Gouvernementen, ik geloof, men zal kunnen zeggen, dat van die bevoegdheid om te schorsen en te vernietigen lang zooveel gebruik niet is gemaakt als met de handhaving van de wet, met het algemeen belang overeenkwam. Maar wat heeft de werking van het centraal gezag verderfelijk gemaakt? Dat het algemeen Gouvernement hier en daar is gaan zitten op de plaats van het gemeentebestuur, dat het algemeen Gouvernement of ook het provinciaal Gouvernement hier en daar is gaan handelen in de plaats van het gemeentebestuur; maar dit onwettig vervangen van het gemeentebestuur wordt ten eenen male gekeerd, wordt geheel en al afgesneden door deze wet. Derhalve zal niet gebeuren wat de geachte spreker gezegd heeft; derhalve wordt niet de verkeerde uitvoering van de Grondwet van 1815 gesanctionneerd door deze wet. Neen, Mijne Heeren, de verkeerdheid, die geheerscht

heeft onder de Grondwet van 1815, tegen den wil van die Grondwet,

die verkeerdheid zal worden afgewend voor het vervolg; en ik meen mij te mogen beroemen dat deze wet dergelijke dwaling, dergelijke vergissing van het algemeen Gouvernement, van de provinciale besturen geheel buiten sluit.

In de laatste plaats: de geachte spreker heeft aangehaald — en dit is een misverstand, mij persoonlijk betreffende, dat ik ter zijde moet stellen — de geachte spreker heeft aangehaald woorden, die door mij op een der vorige dagen bij deze discussiën gebezigd zouden zijn. Hij heeft beweerd dat ik, hem beantwoordende, zou hebben gezegd: gij vertegenwoordigt een groot deel der natie. Mijne Heeren, ik heb dat niet gezegd; ik moet op dat punt door den geachten spreker verkeerd zijn verstaan. Ik herinner mij wel, dat ik gesproken heb van de gewoonte van den geachten spreker, om steeds te spreken namens anderen, namens velen of zeer velen in deze Vergadering, of wel namens een groot deel van de natie, en dat ik gezegd heb, dat ik mij gelukkig zou achten, wanneer ik een antwoord gaf, dat niet alleen aan den geachten spreker, maar tevens aan dat gedeelte der natie, dat door hem wordt vertegenwoordigd, voldeed. Maar ik heb niet gezegd, en ik zou ook niet durven verzekeren, dat de geachte spreker vertegenwoordigt een groot gedeelte van de natie. Ik wilermetalleheuschheid, met alle hoogachting, die zooals de geachte spreker weet, dat ik te allen tijde jegens hem heb gekoesterd, bijvoegen: ik hoop het niet, dat die beginselen, die de geachte spreker belijdt, de beginselen van een groot deel der natie zijn, want wanneer dit waar mocht zijn, wanneer ik dit mocht kunnen erkennen, dan zou de geachte spreker mij niet verre gebracht hebben van de erkenning van hetgeen hij aan deze wet verwijt, dat namelijk deze wet zou zijn eene anti-nationale wet. Ik ben er verre af, Mijne Heeren, dit te erkennen. Ik meen te

Sluiten