Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t>e geachte spreker zegt: de Gedeputeerde Staten zullen willekeurig een post in de rekening kunnen brengen tegen den wil in van den Raad, en dit zou zijn een misbruik van macht, geheel en al buiten de perken dezer wet en daarmede strijdig. Ik zal den spreker verzoeken te letten op den inhoud van art. 226, dat aldus luidt: „Burgemeester en wethouders worden wegens uitgaven, door hen bevolen, waardoor het eindcijfer der begrooting of de aangewezen begrootingspost wordt overschreden, of die ter kwader trouw zijn aangewezen op een post, waarmede die uitgaven niet overeenstemmen, tenzij blijke, dat zij tot het bevelen dier uitgaven niet hebben medegewerkt, persoonlijk aansprakelijk jegens de gemeente, indien die uitgaven bij het in art. 222 bedoeld besluit van Gedeputeerde Staten niet onder de uitgaven der gemeente worden opgenomen". Derhalve zullen Gedeputeerde Staten in het besluit houdende vaststelling der ontvangsten en uitgaven, wel kunnen opnemen, bij voorbeeld, eene uitgaaf, die niet geleden is'door den Raad, op dien grond, dat zij niet overeenstemde met den post, waarop zij is aangewezen; Gedeputeerde Staten zullen dit kunnen doen.' wanneer zij begrijpen, dat die uitgaaf wel op dien post kan en behoort te worden aangegeven. Maar willekeurige uitgaven, door den burgemeester gedaan, op de rekening te brengen, zonder eenige correspondentie met de begrooting, dat zou zijn miskenning van de strekking dezer wet, volgens welke de rekening moet slaan op de begrooting.

De geachte spreker heeft nog gezegd, dat Gedeputeerde Staten volgens art. 226 ook uitgaven, te kwader trouw aangewezen op een post, waarmede die uitgaven niet overeenstemmen, in de rekening zouden kunnen lijden. Mijne Heeren, datzelfde zal kunnen geschieden door den Raad, wanneer het amendement van den geachten spreker wierd aangenomen. Maar dit is een geval, dat de wetgever niet kan en niet mng onderstellen. De wetgever mag evenmin onderstellen dat de Raad, als dat Gedeputeerde Staten dit zouden doen; maar dat de Raad het zou kunnen doen, dit valt in het systeem van den geachten spreker. Alles echter wat physiek kan gebeuren, mag inderdaad niet door den wetgever worden verondersteld. Integendeel, de wetgever geeft duidelijke blijken dat hij hetgeen de geachte spreker onderstelde, niet wil. Ook ten opzichte van art. 227 moet ik het betoog van den geachten spreker tegenspreken. Hij zegt: er zal volgens art. 227, in het systeem van het Gouvernement, hetzelfde kunnen gebeuren, wat de Minister vreest van het systeem van mijn amendement: de rekening zal namelijk kunnen blijven liggen. Ik meen, dat zoo de Koning kan beslissen, dit niet zoo zal zijn. Kr zijn vele gevallen, waarin de zaak zal kunnen gebracht worden voor den Koning. liet geval knn zich voordoen, dat de Gedeputeerde Staten hunne vordering te ver trekken en de Raad ook slechts ten deele gelijk heeft. Wordt in zoodanig geval de beslissing des Konings ingevolge art. 227 ingeroepen, dan zullen daarbij volgens het systeem van het ontwerp de artt. 20<) en 201 gelden. Dit zou wegvallen, indien

Sluiten