Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgave die bij de wet verplichtend is gesteld. Daarin zal worden voorzien door deze wetsbepaling. Voor dat geval ligt in de bepaling natuurlijk slechts eene voorziening opgesloten voor zooverre de uitgifte van een bevelschrift moet strekken tot betaling uit een post, die reeds op de begrooting is gebracht. Anders kunnen de burgemeester en wethouders niet als weigerachtig beschouwd worden, omdat, zij geen bevelschrift kunnen of mogen uitgeven tot de betaling van iets dat niet op de begrooting is gebracht. En hoe zullen nu de Gedeputeerde Staten van die macht gebruik inaken? Zij zullen den Raad hooren en bij besluit de betaling bevelen. Hieruit nu af te leiden, dat dit artikel de gemeenten a la merci van de Gedeputeerde Staten stelt, is inderdaad overdrijving, want alle willekeur zou door zeer vele bepalingen der wet aanstonds kunnen worden belet. Het spreekt van zelf, dat de Gedeputeerde Staten anders geen recht hebben, dan wanneer een bepaald cijfer moet worden uitgegeven; maar dan ook dient deze macht te zorgen, dat de uitvoering der wet niet achterblijve of de wet overtreden worde.

Van den heer v. Hall was, naar hij verklaarde, geen amendement te wachten.

Ik moet tegenspreken hetgeen de geachte redenaar, die zoo even het woord heeft gevoerd, beweert, namelijk dat in dit artikel niet zal kunnen worden gebracht zoodanig amendement, waardoor de aansprakelijkheid zal worden bepaald. Zoodanig amendement komt mij inderdaad niet noodig voor; maar indien het noodig wordt geacht dan kan worden gezegd dat, wanneer de Gedeputeerde Staten hunne bevoegdheid zijn te buiten gegaan, diegenen die tot het nemen van het besluit hebben medegewerkt, zullen aansprakelijk zijn, even als dergelijke aansprakelijkheid van Gedeputeerde Staten bij andere artikelen bepaald is. Wanneer dan een bevelschrift mocht voortgekomen zijn, waartoe of drie öf vier leden van het college medewerkten, en het bevelschrift onwettig mocht uitgegeven zijn, dan zullen die drie of vier leden aansprakelijk zijn voor die uitgaven. Dit is het eenvoudige beginsel, dat, zoo noodig, in art. 225 zal kunnen worden gebracht. Dit zou, wierd het bepalen eener aansprakelijkheid noodig gekeurd, verre de voorkeur verdienen boven de verwerping van eene macht, die in eene goede orde, ter verzekering van de uitvoering der wet, alleszins behoort behouden te worden. Het komt mij dus voor, dat de geachte spreker een amendement moest voorstellen, daargelaten nu het motief dat hij zoo even heeft bijgebracht, van niet te willen medewerken om de uitvoering van een besluit gemakkelijk te maken, waaraan hij zijne stem niet heeft gegeven. Indien dit hem niet terughield mede te werken tot verbetering der wet, in zijn geest, hij zou dan kunnen voorstellen om bij de lste alinea van dit artikel te voegen, dat voor de uitgaven op de wijze, daar bepaald, gedaan, zoo ze onwettig waren, de leden van de Gedeputeerde Staten aansprakelijk zouden zijn, voor zooverre zij tot liet nemen van het besluit hadden medegewerkt.

Sluiten