Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

residentie, in bedenking te geven. Ik meende, dat hij, gelijk ook andere sprekers, zich den afstand tusschen (ie tegenwoordige gesteldheid en hetgeen dit ontwerp wil, te groot verbeeldt. Vergelijkt hetgeen hier wordt voorgedragen met hetgeen aanwezig is; en ik geloof, Mijne Hoeren, gij zult moeten toestemmen, dat met eene uiterst zachte wending gekeerd wordt naar den goeden weg.

I\. In de laatste plaats, heb ik eenige vragen te beantwoorden om inlichting. Herinner ik ze mij niet alle, ik verzoek dat men daarop terugkome. Ik zal die beantwoorden welke mij op dit oogenblik voor den geest zijn.

In de eerste plaats is mij eene vraag gedaan door den geaehten spreker uit Haarlem (den heer van Voorst), ten aanzien van hetgeen eene der tabellen omtrent de opbrengst van de belastingen van Haarlem vermeldt. Er is mij ten tweede eene vraag gedaan door den geaehten spreker uit Hoorn (den heer van Akerlaken); in de laatste plaats door den geaehten vertegenwoordiger van Amsterdam (den heer Godefroi).

Vooreerst de vraag ten aanzien van hetgeen eene der tabellen behelst omtrent de opbrengst van de belastingen te Haarlem. De geachte spreker heeft gevonden, dat er verschil bestond tusschen de opgaven van de opbrengst, zooals hem die nu waren verstrekt, en zooals die voorkomen op de tabel. Hij heeft gevraagd uit welke bronnen bij het opmaken van die tabel geput was. Hij heeft verschil ontdekt met betrekking tot het gedacht, het gedistilleerd en den wijn.

Ik antwoord hem, dat de opgaven in de tabel uitsluitend betrekking hebben op het jaar 1848, het laatste jaar, waaromtrent bij het departement eene volledige statistiek van de gemeentebelastingen en hare opbrengst aanwezig is. Nu is juist in het daarop volgende jaar, in 1849, de belasting op het gedistilleerd en op den wijn te Haarlem verhoogd, en zoo nu de cijfers door den geaehten spreker vermeld, ontleend zijn aan den lateren toestand, dan moet er natuurlijk verschil zijn tusschen die cijfers en de opgave in de tabel. In 1849 werd de belasting op den wijn verhoogd tot / 9 per vat en die op het gedistilleerd tot 100 opcenten, en (Je geachte spreker zal in de tabel vinden, dat die belastingen lager waren in 1848. Wanneer men nu aanneemt, dat de belasting op liet gedistilleerd tot 150 opcenten wordt opgevoerd, dan zal het verschil minder zijn in geval de toestand in aanmerking wordt genomen, die bestond in het jaar 1849, na de verhooging, dan wanneer men in aanmerking neemt de vroegere opbrengst, ten tijde dat de opcenten nog niet waren verhoogd. Wat het geslacht betreft, te Haarlem is het tnrief niet in overeenstemming met het Rijkstarief. Men heeft bij mijn departement aangenomen dat, de verschillende soorten van vlcesch dooréén gerekend, de belasting nederkomt op 100 opeenten; daarin kan men zich echter bedrogen hebben, en hieruit kan een verschil van eenige (luizende gulden zijn ontsproten. Voor het

Sluiten