Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de belangrijkste onderwerpen zoo mogelijk te sluiten met een protest tegen hetgeen wellicht als de uitkomst van die discussiën zou kunnen of zou worden beschouwd. De geachte spreker heeft gezegd, dat ik gesproken had van een strijd, die door sommige leden van de Kamer en ook door hem zeiven was gevonden tusschen het stelsel dezer wet en de Grondwet, maar dat ik daarvan heb gesproken op eene wijze die bewees dat ik mij niet bewoog op een mij aangenaam terrein. Ik weet inderdaad niet waaraan ik den indruk, dien mijne rede op den geachten spreker schijnt te hebben gemaakt, moet toeschrijven. De geachte spreker heeft zoo dikwijls gewaagd van het aandeel dat ik aan de herziening der Grondwet heb gehad; en nu te zeggen, dat over die Grondwet te spreken voor mij niet juist de aangenaamste bezigheid zou zijn, het is, geloof ik, eene wending van den geachten spreker, oni mij, zonder eigenlijke wederlegging, van dat terrein af te brengen.

De geachte spreker is op het wenschelijke van een langer onderzoek teruggekomen. Maar hij heeft, zoo min als eenig ander lid, aangewezen wat dan eigenlijk zoo nauwkeurig zou moeten worden onderzocht, wat het is waarover men meer licht zou moeten verspreiden.

De Minister, zegt de geachte spreker, hceft getracht de bezwaren van Amsterdam te wederleggen, maar men heeft den Minister daarin niet kunnen volgen. Mijne Heeren! het was de spreker uit de residentie die met een victoriezang de Amsterdamsche nota heeft ingeroepen, bewerende dat de Minister er geheel door geslagen en het door hem voorgedragen stelsel er door wederlcgd was. En nu ik eenige bedenkingen heb ingebracht tegen de bedenkingen, bij die nota geopperd, en door den geachten spreker gewis met dc uiterste nauwkeurigheid nagegaan, nu heeft men mij niet kunnen volgen, nu heb ik de Vergadering gebracht op een terrein, waarop de Vergadering niet behoort!

De geachte spreker is vervolgens nog eens teruggekeerd naar hetgeen de Grondwet volgens zijn oordeel wil. Hij acht, dat art. 142 met algemeene regels enkel hoofdtrekken bedoelt. Dit, Mijne Heeren, komt mij voor een willekeurige en niet natuurlijke uitleg te zijn, die, wanneer iemand volstrekt wil dat de Grondwet dit en niets anders beteekene, slechts met eene buiging kan worden beantwoord.

De geachtc spreker heeft nogmaals gewaagd van de betrekking tusschen de 2de en de lste alinea van art. 142. Dc 2de alinea, hceft hij gezegd, kan de lste niet afbreken. Mijne Heeren, het is eene overdrijving van sommige sprekers, deze meening aan den Minister toe te schrijven. De Minister heeft er inderdaad niet aan gedacht; hij hecht integendeel eene bepaalde beteekenis zoowel aan de lste als aan de 2de alinea van dit artikel; hij wil volstrekt niet dat de 2de alinea de lste zal wegcijferen, maar hij verlangt evenmin het omgekeerde.

Sluiten