is toegevoegd aan je favorieten.

De onuitgegeven parlementaire redevoeringen van Mr. J. R. Thorbecke

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 241. Opcenten op de grondbelasting. De heer van Nispen meent dat dit artikel een zeer «waren last op één enkele klasse van ingezetenen brengen zal. Antwoord aan den heer Sloet tot Oldhuis.

Ik discuteer bijzonder gaarne met den geachten spreker, die het laatst het woord heeft gevoerd (den heer Sloet tot Oldhuis). Maar wanneer de discussie kan worden verlengd op de wijze, waarop de geachte spreker dit heeft gedaan, wanneer na de sluiting van de algemeene discussie, hij gelegenheid dat er een bijzonder artikel aan do orde is, door een der leden kan worden teruggekomen op een gezegde van den Minister, gedurende die algemeene discussie geuit — wanneer de Minister dan daarop weder zou antwoorden, en het geachte lid dan bij de behandeling van een der volgende artikels al weder op dat antwoord van den Minister terug zou kunnen komen, ik vraag dan, niet waar het einde zal zijn, want ten laatste zal toch de avond vallen en de dag eindigen, maar waar een redelijk einde zal wezen. Men zou ten laatste ophouden te spreken zonder dat men tot een redelijk slot was gekomen, zonder dat de discussie eigenlijk gesloten was. Het zou eindelijk zijn: li tem finiri oportet. Ik zal daarom ook niet op de rede van den geachten spreker antwoorden, dan voor zooveel betreft een paar door mij bijgebrachte voorbeelden, waaromtrent hij eene inlichting heeft gevraagd.

I)e geachte spreker heeft gezegd: de Minister heeft een paar dorpen genoemd, die hij niet had moeten noemen; maar laat de Minister, indien hij dit kan doen, eens nazien, de cijfers van de gemeenten Ommen, Raalte of Lonneker. Mijne Heeren, ik heb eene statistiek van Overijsel voor mij, en ik zal den geachten spreker voorlezen welke de cijfers voor die gemeenten zijn. Hij heeft beweerd, dat de opbrengst van de belasting op het gedistilleerd in die gemeenten een zoo hoog cijfer beliep. Welnu, in Ommen was in 1848 de opbrengst van de verbruik belasting, en men neme nu dat dit alleen geweest is belasting op het gedistilleerd, ƒ 217; daartegenover stond een hoofdelijke omslag van ƒ 1646. In Raalte was de opbrengst van de verbruikbelasting ƒ1013, en daartegenover stond een hoofdelijke omslag van ƒ4300. In Lonneker was de opbrengst van de verbruikbelasting ƒ 452, en daartegenover stond een hoofdelijke omslag van ƒ 6363.

De geachte spreker uit Gelderland (de heer van Nispen), die bedenkingen heeft in het midden gebracht tegen dit artikel, schijnt, naar het mij voorkomt, de strekking daarvan te miskennen. Die geachte spreker heeft het artikel behandeld alsof het dezelfde strekking had als een artikel, dat voorkomt in de algemeene wet van 1821, houdende dc grondslagen van het stelsel van 's Rijks belastingen. Daarin wordt bepaald, dat er 5 opcenten op de grondlasten zullen worden geheven ten behoeve van de gemeente, en er wordt hier in deze wet gezegd, dat tot dekking der plaatselijke uitgaven dergelijke opcenten kunnen worden geheven tot een bepaald bedrag, dat wil zeggen, dat men