Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de gemeentewet ook dat gewichtige punt van de belastingen werd gevonden. Ik meende dat het onderzoek werd bevorderd, omdat men dan gelegenheid had èn de Provinciale Staten over dat punt te hooren èn al diegenen die geroepen waren of zich geroepen rekenden, over de gemeentewet, over de onderwerpen daarin behandeld, het Gouvernement en de Vertegenwoordiging in te lichten.

De geachte spreker uit Friesland heeft een bezwaar ontleend aan art. 38. I)e oude raadsleden, heeft de geachte spreker gezegd, zullen de geloofsbrieven van de nieuw gekozen leden onderzoeken. Dit is mijne meening niet. De geachte spreker heeft gevreesd, dat niet alle oude, nu nog zittende raadslichamen met de noodige onpartijdigheid zouden te werk gaan, en ik zou inderdaad niet borg willen zijn, dat, wanneer hetgeen hij stelt, wierd toegelaten, niet een of ander der bestaande raadslichamen besloot niemand toe te laten van hen, die buiten hun personeel wierd gekozen. In te voeren dat de geloofsbrieven der nieuw gekozen raadsleden door de oude raadslichamen onderzocht worden, is mijne meening evenmin als vroeger de oude Provinciale Staten onderzochten de geloofsbrieven van hen die nieuw gekozen werden, evenmin als de oude Kamers onderzochten de geloofsbrieven van hen die tot leden der nieuwe Kamers waren benoemd.

De geachte spreker heeft mij gevraagd, of de weglating van het artikel, waarbij in een vroeger ontwerp briefwisseling van de eene gemeente met andere gemeenten vrijgelaten werd, moest worden beschouwd als eene beperking van de gemeentelijke vrijheid. Misschien herinner ik mij den loop van de behandeling van het ontwerp in de Tweede Kamer niet duidelijk, maar de indruk is mij levendig voor den geest, dat juist het tegenovergestelde bedoeld is, dat die weglating moet worden opgevat juist in tegenovergestelden zin. Er is bij de behandeling in de Tweede Kamer gezegd, dat het artikel in de gemeentewet was gebracht, omdat het stond in de provinciale wet, maar dat het weggelaten kon worden, omdat hetgeen daar bepaald werd van zelf spreekt.

In art. 121 wordt de regeling van de gemeenschappelijke belangen van twee of meer gemeenten toegelaten onder machtiging van gedeputeerde Staten. De geachte spreker uit Friesland ziet daarin eene te groote afhankelijkheid. Het artikel zegt ten aanzien van gemeentebesturen , hetgeen art. 97 van de provinciale wet zegt ten aanzien van de provincie. Zoo hier afhankelijkheid gevonden wordt, het is eene afhankelijkheid die in den aard der zaak ligt. De natuurlijke werkkring der gemeentebesturen kan zich niet verder uitstrekken dan de grenzen van het gebied der gemeente. Er moet dus iets anders dan het recht, uit de huishoudelijke vrijheid ontleend, bijkomen, om de gemeentebesturen, buiten de gemeenten, ten aanzien van plaatselijke belangen, met andere gemeenten gemeenschappelijk te laten handelen.

Ten aanzien van art. 248 heeft de geachte spreker eene vraag gedaan.

Sluiten