Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1 '). Waarom, vraagt de heer Dirks, wordt niet „van eene of meer afdeelingen of dorpen eener gemeente" daarbij gevoegd?

Art. 147, Mijne Heeren, laat onteigening toe in dat bijzonder geval, wanneer er is algemeen nut. De regel is: niemand kan van zijn eigendom worden ontzet. Er dient dus inderdaad te zijn algemeen nut. En nu vraag ik, of de grens van algemeen nut niet geheel onzeker zou worden, wanneer wij zoover afdaalden als de geachte spreker wenscht? De geachte spreker zegt: er zijn dorpen in Friesland die eene bevolking hebben van 2000 zielen en daarentegen zijn er in deze provincie gemeenten, welke door niet meer dan honderd zielen zijn bevolkt. Zoodanig dorp, deel van eene gemeente, zal nu niet hebben het recht, hetwelk eene gemeente die maar zeer gering bevolkt is, zal bezitten. Men zou dus, dien grond deelende, op het cijfer der bevolking moeten letten en daarvan doen afhangen het oordeel, of het algemeen belang het gebruik maken van dat bijzonder, van dat exceptioneel recht vordert. Maar bij het algemeen belang, zooals bij dit ontwerp begrepen en bepaald is, ligt het begrip van publiek belang ten gronde; niet dat van belang van een zeker getal van personen, hoe groot of hoe klein ook, maar van een publiek belang, het belang van een publiek lichaam. Is nu een dorp een publiek lichaam? In den regel niet. Wanneer men nu komt tot eene afdeeling van eene gemeente, dan kan men ook noemen eene wijk, eene straat van eene stad of gemeente. De geachte spreker heeft het artikel van de gemeentewet ingeroepen hetwelk zegt, dat bij vereeniging van gemeenten gedeelten van eene gemeente in het genot zullen kunnen blijven van eene afzonderlijke huishouding. Ja zoodanige afzonderlijke huishouding zal kunnen worden opgericht in een gedeelte van eene gemeente, waar het blijkt dat daaraan behoefte is, maar het stelsel van de gemeentewet brengt mede dat zelfs daar waar dergelijke afzondering bestaat, die deelen ondergeschikte deelen blijven van het publiek lichaam, van de vereenigde gemeente. En hetgeen de geachte spreker nu voorstelt gaat zelfs veel verder dan het belang van zoodanige gedeelten die dan wettig en afzonderlijk bestaan hebben verkregen. Hetgeen de geachte spreker wil, strekt zich over alle dorpen, afdeelingen van gemeenten, uit. Wanneer nu de geachte spreker zich bepaald had tot die gemeenten, die, volgens de wet, in een afzonderlijke huishoudelijken toestand verkeeren, dan zou men kunnen onderzoeken, of die afdeelingen, die dorpen, zouden kunnen worden beschouwd als publieke lichamen. Ook daarop zou ik neen moeten zeggen. Maar neemt men dorpen of andere afdeelingen in het algemeen, dan, dunkt mij, kan

') Art. I. Onteigening ten algeirieenen nutte kan in liet publiek belang van den Staat, van eene of meer provinciën, van eene of meer gemeenten, en van een of meer waterschappen plaats hebben.

Sluiten