Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze ter kennis te brengen van de ingezetenen, is bekendmaking in plnats van eenen bepaalden vorm van bekendmaking, aanplakking, te verkiezen. Ik geloof dus, dat men het woord bekendmaking dient te behouden.

Art. 10. „Het voorstel van wet tot verklaring van liet algemeen nut wijst

den aard en de strekking van het werk aan en/.." Volgens den heer

Mackay komt het bovenal op tle onteigening aan. Hij wenscht dit duidelijk te zien uitgedrukt en daartoe het artikel te lezen: „Het voorstel van wet tot verklaring van het algemeen nut en van het bevel tot onteigening enz.

De geachte spreker heeft gezegd, dat hij zich niet wel een denkbeeld kan vormen van zoodanige wet als wordt voorgeschreven in het eerste lid van art. 10. Het komt mij voor, Mijne Heeren, dat de geachte spreker zich zeiven heeft wederlesd in hetgeen hij daarop heeft laten volgen. Hij heeft laten volgen: het voorstel van wet zal omschrijven den aard en de richting van het werk en verklaren, dat dit werk, zóó gericht, van dat karakter, is een werk van algemeen nut. De geachte spreker heeft gezegd: het komt vooral op onteigenen aan. Zoo de geachte spreker mij veroorlooft eene grens te trekken, dan ben ik geheel en al van zijn gevoelen, en dat is ook de hoofdstrekking volgens deze wets-voordracht. Het doel van het hier bedoelde wetsontwerp is te verklaren niet alleen dat het werk, waarvan de aard en de richting omschreven wordt, een werk is van algemeen nut, maar dat er redenen bestaan, om ten behoeve van de uitvoering van dat werk te onteigenen. Dit is de strekking van zoodanig wets-ontwerp. En nu is het verschil tusschen den geachten spreker en mij dit, dat hij, hoewel het door hem niet duidelijk is gezegd, zou verlangen in de wet aangewezen te zien ieder perceel dat onteigend zou behooren te worden, en dat bij het wets-ontwerp, zooals het zal worden opgesteld krachtens deze wet, niet anders dan de algemeene bevoegdheid tot onteigening zal worden gegeven, nadat namelijk de wetgeving is ingelicht omtrent de strekking, den aard en de richting van het werk , ten behoeve waarvan de onteigening zal plaats hebben. De uitleg van art. 147 der Grondwet, gebouwd op dat begrip, dat de grondwetgever gemeend heeft voor het vervolg ten aanzien van onteigening alles door de wet te doen plaats hebben, hetgeen tot dusverre, krachtens de wet van 1841, en ook vóór de wet van 1841 bij een Koninklijk besluit gebeurde, — de uitleg is, geloof ik, eene willekeurige historische verklaring van art. 147 der Grondwet. Ik geloof dat dit artikel niet verplicht ieder te onteigenen perceel in de wet te brengen; ik geloof dat dit artikel veroorlooft de taak van de wet in ieder bijzonder geval te bepalen bij hetgeen zij volgens art. 10 van het ontwerp zal moeten behelzen. De geachte spreker zegt: de verandering is licht te maken. Voor zooveel het op de woorden aankomt is de verandering inderdaad zoo moeilijk niet. Maar door die verandering zou het systeem van dit

Sluiten