Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23 Juli.

Ik hoop dat ik gelukkig genoeg zal zijn mij kort en duidelijk uit te drukken over de zeer verschillende meeningen cn amendementen, ten aanzien van dit artikel in het midden gebracht; amendementen, die evenwel, met uitzondering van één, niet ingrijpen in den loop der procedure, zooals die, volgens deze wet, zal behooren plaats te hebben.

Ik zal eerst zeggen, hoe het mij, na al hetgeen ik heb gehoord, zou voorkomen dat het artikel zou kunnen worden gelezen. Bij de verbeteringen, waartoe het gehoorde aanleiding gegeven heeft, is er nog ééne gekomen, mij in bedenking gegeven door een lid, op dit oogenblik afwezig. Dat geachte lid is opmerkzaam geweest op deze omstandigheid, dat er een bewindvoerder zou kunnen bekend zijn, maar dat die niet woonde binnen het Koninkrijk. Er staat in het begin van het artikel: „Wanneer de eigenaar buiten het Koninkrijk woont of zijne woonplaats onbekend is, wordt het geding gevoerd tegen den gevolmagtigde of bewindvoerder, indien een zoodanige bekend is" enz. Maar nu woont de eigenaar te Antwerpen en hij benoemt een bewindvoerder te Batavia en nu zullen de termijnen moeten worden overschreden. De bepaling zal dus aanleiding kunnen geven tot allerlei chicanes in de procedure. Zou het nu, heeft men mij gevraagd, teneinde dergelijke chicanes af te snijden, niet beter wezen in den derden regel, tusschen de woorden indien een zoodanige en bekend is, te voegen: binnen het Koninkrijkf Ik zie daarin geen bezwaar en stel dus voor het artikel aldus te wijzigen.

Het artikel zegt verder: „en zoo ook deze onbekend is, tegen een derde, binnen het ressort der rechtbank wonende, en door deze, op verzoek en ten koste der onteigenende partij, te dien einde te benoemen. De alzoo benoemde kan, bij de verantwoording der schadeloosstelling". Hier stuit ik op het amendement, voorgesteld door den geachten afgevaardigde uit Delft, en ik had reeds gisteren de eer te zeggen dat daartegen bij mij geene bezwaren bestaan.

Nu blijven er nog de twee amendementen over, voorgesteld het eerste ook door den geachten afgevaardigde uit Delft (den heer Wintgens), het tweede door den spreker uit de residentie (den heer Schooneveld).

De geachte afgevaardigde uit Delft wil aan het einde van dit artikel hebben bijgevoegd, dat de eigenaar, terugkomende, in eiken stand van het geding dit zou kunnen overnemen van den door de rechtbank benoemden persoon. In het adviseeren voor dat amendement vind ik bezwaar. Dit te stellen zou, geloof ik, ten gevolge kunnen hebben, dat de loop der procedure wierd vertraagd. De overneming van het geding, zooals de geachte spreker het heeft uitgedrukt, zal niet zonder beteekening kunnen geschieden; de eigenaar zal dus, terugkomende, moeten beteekenen; hij zal een anderen advocaat, een anderen procureur kunnen stellen; er zal eene vervallen-verklaring moeten volgen

Sluiten