Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„daarbij zich heeft verschanst achter quasi algemeen belang met de „bedoeling slechts om te beleedigen dan wel of men zonder ligtzinnig „te handelen te goeder trouw omtrent de meegedeelde zaken heeft „gedwaald" l).

Deze weerlegging schijnt mij niet afdoende; immers daarbij worden drie gevallen gesteld: zich verschansen achter een quasi-algemeen belang, handelen ter behartiging van het algemeen belang op lichtzinnige wijze, en handelen ter behartiging van dat belang op niet lichtzinnige wijze. Maar nu kan de rechter toch nimmer uitmaken dat iemand die lichtzinnig tot behartiging van het algemeen belang gehandeld heeft op die behartiging niet het oog heeft geliad; ook met de grootste lichtzinnigheid kan men toch bedoelen het algemeen belang te dienen.

Maar „handelen in het algemeen belang" heeft eene dubbele beteekenis; het wil zeggen handelen met de bedoeling tot bevordering van dat belang, en tevens zóo dat het bevorderd wordt. Nu kan het openbaar belang nimmer gediend worden door telastlegging van feiten waarvan de waarheid maar op algemeen gerucht wordt aangenomen. Kan de waarheid al niet worden aangetoond, de waarschijnlijkheid moet voor den dader zoo groot zijn dat zij hem dringen kan tot zijne openbaring.

In de tweede plaats moet het telastgelegde zóo gewichtig zijn dat de openbaring geacht kan worden door het algemeen belang te zijn gevorderd.

Het gebruik van het woord „klaarblijkelijk" schijnt hier zonder beteekenis: alles moet in foro poenali klaarblijkelijk zijn, de reden van straffeloosheid zoowel als die van strafbaarheid. Heeft de Minister door dit woord willen doen gevoelen dat het handelen in het openbaar belang goed moet vaststaan, dan heeft hij iets gezegd dat van zelf spreekt 2).

Bij de beantwoording van de vraag of er in het algemeen belang gehandeld is komt niet in aanmerking of nevens den drang tot bevordering van dat belang nog eene andere reden bestaat van persoonlijken aard, bijv. wraakzucht. Deze mag niet in een beweerd handelen in het algemeen belaug vermomd zijn, dan toch valt het laatste weg; maar staat zij daarnevens dan is zij de aanleiding tot dat handelen

1) Smidt II, eerste druk 380 en 382, tweede druk 402 en 404.

2) Posthumus Mevjes t. a. p. bladz. 44 en volg. zoekt in het woord „klaarblijkelijk" de weerlegging van het bezwaar van nir. Borgesius; ik kan ze in de beteekenis van dat woord niet zien.

liet wijzigingsontwerp van den Minister Cort van der I.inden (1900) heeft in plaats van klaarblijkelijk: redelijkerwijze.

Sluiten