Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vermits nu niet van de bevoegde overheid gesproken wordt, is het onverschillig of de overheidspersoon die do aangifte of klacht ontvangt wettelijk bevoegd is haai te onderzoeken; aangifte bijv. van een strafbaar feit tegen eene bepaalde persoon bij de administratieve overheid in plaats van bij de justitieele gedaan blijft eene aangifte, evenals die van een klachtdelict bij eenen ambtenaar tot de ontvangst van klacht niet aangewezen. Dit is anders dan bij art. 188 omdat daar de woorden klacht en aangifte, vermits er uitsluitend sprake is van strafbare feiten, in hare teehnisch-processueele beteekenis moeten worden opgevat.

4. De wet noemt nevens het schriftelijk inleveren het in schrift doen brengen; die bijvoeging strekt volgens de Memorie van toelichting tot oplossing van oen verschil dat zich onder den Code pénal voordeed l). Nu rijst echter de vraag Avat in schrift doen brengen beteekent.

Wordt klacht of aangifte bij de justitie gedaan dan gelden de voorschriften van art. 12 en 13 Wetboek van strafvordering; de aangever weet dus dat van zijne aangifte, de klager dat van zijne klacht, indien zij bij den bevoegden ambtenaar is gedaan, een geschrift woidt opgemaakt wanneer zij mondeling is ingebracht. Indien nu daarmede aan de mondelinge aangifte gevolg wordt gegeven dan heeft de aangever in schrift doen stellen, en volgt het in schrift stellen niet dan is er althans strafbare poging. Voltooid misdrijf is er in het algemeen eerst wanneer de aangifte in schrift is gebracht, wat niet het geval is alvorens het geschrift geldigen vorm heeft verkregen, al zoo niet zoolang nog slechts een klad is opgemaakt -). Bij de eigenlijke klacht is volgens art. 13 Wetboek van strafvordering nog noodig onderteekening van het door den ambtenaar in schrift gestelde; weigert de klager de onderteekening dan kan hij niet gezegd worden in schrift te hebben doen brengen, daar het niet voltooien van de rechtsgeldige klacht het gevolg is van zijn eigen terugtreden.

In de gevallen waarin niet eene klacht wegens een strafbaar feit bij de justitie gedaan wordt maar geklaagd wordt bij andere overheidspersonen en het in schrift stellen van eene mondelinge klacht niet is voorgeschreven, kan van in schrift doen brengen alleen dan sprake zijn wanneer van hot verlangen tot opmaken van eene schriftuur of medewerking daartoe bepaaldelijk blijkt.

1) Vgl. Schooneveld, aanteekening ü op art. 373.

2) Jlooge Kaad 10 Maart 1903, Whl. 7904, P. v. J. 1903, no. 279,

Sluiten