Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Door liet verbinden van het drijven van slavenhandel met de deelneming daarin in dit artikel worden alle vragen afgesneden die zouden kunnen ontstaan uit de toepassing van het civielrechtelijk begrip van handel drijven op den slavenhandel. Het artikel treft niet alleen hem die slaven koopt om ze te verkoopen maar ook hem die ze levert en hem die ze ten slotte koopt om ze voor zich zeiven te bezigen, m. a. w. elk die betrokken is in het verhandelen van slaven.

Deelneming behoort hier dan ook niet verstaan te worden als de deelneming in titel 5 van het Eerste boek behandeld; voor de toepasselijkheid der bepalingen van dien titel was geen bijzonder voorschrift noodig, en zij is hier nu ook in geen enkel opzicht uitgesloten; ook de hier bedoelde deelneming kan worden uitgelokt, ook aan haar kan iemand zich medeplichtig maken. Deelnemer is ook hij voor wiens rekening de handel gedreven wordt. Over den omvang van het opzet bij de deelneming zie aanteekening 4 op art. 37G.

Bijzondere vormen van deelneming zijn afzonderlijk in de volgende artikelen strafbaar gesteld.

2. Het drijven van slavenhandel behoeft juist niet in eene pluraliteit van handelingen of in liet uitoefenen van een beroep te bestaan. ofschoon de woorden daaraan min of meer doen denken. Elke daad van slavenhandel kan er in begrepen worden ]).

3. Het artikel is volgens de Memorie van toelichting geredigeerd in hoofdzaak in overeenstemming met de bepalingen der wetten van 20 November 1818, Stbl. 39, en 23 December 1824, Stbl. 75, ook ter bewaring van het verband met de tractaten krachtens Koninklijk besluit van 14 November 1848, Stbl. 79, in liet staatsblad geplaatst.

1) Besier, Rechtsgeleerd Magazijn XX, bladz. 89, zou dit alleen willen toegeven indien aan slavenhandel drijven de beteekenis gegeven kon worden van slavenhandel bedrijven, wat niet kon omdat handel drijven is de uitoefening van het beroep van koopman. Ik zie niet in dat het woord hier in zulk eene beperkte beteekenis behoeft genomen te worden en men van iemand die eenmaal eene lading slaven gehaald en verkocht heeft niet zou kunnen zeggen dat hij slavenhandel heeft gedreven.

Dat deze schrijver toch eene enkele daad strafbaar acht wanneer zij bewezen wordt deel eener reeks (niet telastgelegde) handelingen te hebben uitgemaakt staat in verband met eene onjuiste opvatting die ik bespreek in deel I, bladz. 38, noot 1.

In art. 283 van het Wetboek van strafrecht voor Europeanen in Nederlandsch Indië is gesproken van het verrichten van eene (laad van slavenhandel, opdat duidelijk het voldoende van éene daad zou uitkomen. Evenzoo in het wijzigingsontwerp van den Minister ('ort van der Einden (190(1).

Sluiten