Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedachten raad stelde: vooraf beramen van aanval en geweldpleging, is thans niet meer voldoende; volgt uit de zóo beraamde geweldpleging de niet beraamde dood, dan is het laatste lid van art. 301 toepasselijk.

4. Uit de omschrijving van voorbedachten raad in art. 297 Code pénal geldt, al is het niet uitdrukkelijk overgenomen, voor ons wetboek wel dat het vooraf beraamde plan om iemand wien ook te dooden den doodslag tot moord maakt, evenzeer als het verbinden van eenige voorwaarde aan de uitvoering van het voornemen. Door geene van deze beide omstandigheden wordt liet beramen weggenomen. evenmin als het eenvoudige opzet.

5. Voor de bijkomende straf zie art. 299.

Artikel 290.

De moeder die, onder de werking van vrees voor de ontdekking van hare bevalling, haar kind bij of kort na de geboorte opzettelijk van liet leven berooft, wordt, als schuldig aan kinderdoodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

Artikel 291.

De moeder die, ter uitvoering van een onder de werking van vrees voor de ontdekking van hare aanstaande bevalling genomen besluit , haar kind bij of kort na de geboorte opzettelijk van het leven berooft, wordt, als schuldig aan kindermoord, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.

1. Bij art. 290 en 291 heeft de wetgever eene lichtere straf gesteld op het dooden van een kind door de moeder onder de werking van vrees voor de ontdekking van hare bevalling. Die vrees, reden voor de strafverlichting, heeft hij in de wet als zoodanig genoemd ter voorkoming van de gevaren der casuistiek en ter vermijding van allerlei vragen: of de bepaling ook toepasselijk is op de gehuwde vrouw, of zij toepasselijk is op de onderscheidene omstandigheden waaronder de vrouw kan verkeeren. Zij wordt toegepast in alle gevallen waarin de vrouw vrees voor de ontdekking van hare bevalling koesteren kan en onder de werking dier vrees gehandeld heeft; het is volkomen onverschillig waardoor de vrees is opgewekt.

Sluiten