Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakt zich schuldig aan verduistering; de niet geldige lietaling toch maakt hein niet tot eigenaar van liet betaalde, dat eigendom van den betaler blijft totdat het zijne lies temming om in handen van den curator te komen en daardoor deel van den boedel uit te maken, als vervangende de vordering, heeft bereikt. De gefailleerde heeft dus aan een ander toebehoorend goed anders dan door misdrijf onder zich, en eigent het zich wederrechtelijk toe door het aan zijne bestemming te onttrekken.

9. In no. 2 wordt genoemd het vervreemden van goed om niet of klaarblijkelijk beneden de waarde. Daarbij is alleen in het verledene gesproken; vervreemden om niet of beneden de waarde gedurende het faillissement is onttrekken van het goed aan den boedel.

Is cenig goed om niet vervreemd wanneer er niet geld of geldswaarde voor is teruggegeven, wanneer bijv. de vervreemding is gedaan ter belooning van bewezcne diensten of tegen eenige andere niet op geld waardeerbare contrapraestatie? De verbinding van „om niet" met „beneden de waarde" wijst er m. i. op dat het gemis van vergoeding in geld of geldswaarde reeds vervreemding om niet medebrengt; er is toch sprake van benadeeling van den boedel, van de belangen der schuldeischers die met persoonlijke diensten aan den schuldenaar bewezen niet te maken hebben; het vereischte van bedriegelijke verkorting van de rechten der schuldeischers houdt trouwens ook hier het misdrijf binnen zijne natuurlijke grenzen.

Beneden de waarde is beneden den prijs die op het oogenblik voor het goed te maken was geweest. Of die berekend moet worden naar hetgeen bij publieke verkooping dan wel op andere wijze te verkrijgen zou zijn geweest, hangt af van omstandigheden, o. a. van den aard van het goed. Uitsluitend naar publieke verkoopingen te rekenen zou onjuist zijn bijv. wanneer het geldt groote partijen van minder courante artikelen die in het klein verkocht veel meer zouden opbrengen dan in massa. Voor goederen of waarden ter beurze verkoopbaar zal wel de beurspiijs in de eerste plaats in aanmerking komen. Een algemeene regel is in eik geval niet te stellen i).

De vervreemding beneden de waarde moet gedaan zijn klaarblijkelijk beneden de waarde. De wetgever heeft hier voorzeker willen afsnijden de mogelijkheid van vervolging ter zake van handelingen waarbij liet quaestieus kan zijn of het goed wel beneden de waarde vervreemd is, en een in het oog vallend verschil verlangd.

1) Ygl. Hollander t. a. p. bladz. 459 en volg.

Sluiten