Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. De voorwerpen waarover het artikel handelt zijn in de eerste plaats de opgenoemde stukken aan eene openbare instelling van vervoer toevertrouwd. Do uitdrukking is algemeen, noodeloos algemeen voor den tegen woordigen toestand die geene andere zoodanige inrichting kent dan de posterij 1). Dat met openbare instellingen geene andere bedoeld zijn dan die welke van overheidswege bestaan, blijkt ook uit art. 372 waarin van den ambtenaar eener zoodanige instelling gesproken wordt. Onder die instellingen zouden nog kunnen vallen bijv. staatsexploitatie van spoorwegen; de wet beperkt het vervoer toch niet tot brievenvervoer; echter kunnen de over den spoorweg vervoerde. tot de uitoefening van den dienst betrekking hebbende stukken die ook bij de spoorwegmaatschappijen door hare beambten en met hare treinen vervoerd worden, niet gezegd worden aan de instelling te zijn toevertrouwd.

Evenmin is aan de post toevertrouwd een pakket door eenen postambtenaar samengesteld voor het vervoer 2).

Aan de instelling toevertrouwd is elk stuk dat ter bezorging is overgegeven, hetzij gebracht aan hot kantoor of in de postbus (art. 201), hetzij aan eenen ambtenaar der instelling afgegeven die bevoegd is in zijne qualiteit het stuk persoonlijk over te nemen. Wanneer echter de ambtenaar eenvoudig tot het bewijzen van eenen persoonlijken dienst het stuk overneemt, treedt hij niet in zijne hoedanigheid op maar is hij privaat lasthebber; zijne ambtelijke qualiteit is dan wel de aanleiding tot het in bewaring nemen maar zij maakt hem niet tot vertegenwoordiger der instelling in zaken buiten zijne bevoegdheid.

5. Nevens de brieven enz. wordt gesproken van telegrafische berichten. Onder deze benaming zullen zoowel de aangebodene berichten als de telegrammen begrepen zijn. Wel is waar kan ook aan telegrafisch bericht eene engere beteekenis gegeven worden, waardoor het eerstgenoemde er buiten valt, maar de ratio brengt mede het aannemen van de ruimere beteekenis in overeenstemming met de gezamenlijke uitdrukkingen van art. 374: aan do telegrafie toevertrouwd bericht en telegram; zie aanteekening 3 op art. 3743).

De bepaling is alleen toepasselijk op de telegrafische berichten zich bevindende in handen van eenen ambtenaar der telegrafie of eene

1) Zie Rechtbank Arnhem 13 October 1003, in appel bevestigd, WW. 8010, 1'. v. J. 1003, no. 28.r>.

2) Rechtbank Amsterdam 22 Mei 1K07, WW. 7003, P. v. J. 1S0< , no. 73, en 22 Februari 1903, Wbl. 7002.

3) Polenaar en Heemskerk, aanteekening 1.

Sluiten