Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inhaerent. Eene valsche munt is en blijft oen door misdrijf verkregen voorwerp, in wiens handen zij ook geraakt mag zijn. Zij kan immers slechts aan misdrijf haar bestaan te danken hebben, en deze eigenaardigheid kan zij niet meer verliezen: eene valsche munt kan niet echt worden. Dit geldt trouwens niet anders dan voor die voorwerpen waarvan het valsch maken of vervalschen op zich zelf misdrijf is, niet alzoo van vervalschte levensmiddelen; deze zijn niet door misdrijf verkregen, daar het misdrijf eerst bestaat wanneer er verkocht, afgeleverd wordt, enz., en dan nog slechts met verzwijgen van de ware hoedanigheid.

Vermits de heling zelve een misdrijf is, is ook het helen van geheelde voorwerpen strafbaar, behoudens de boven gemaakte reserve.

Of de dader van het misdrijf waardoor het voorwerp verkregen is persoonlijk strafbaar is, doet voor het bestaan van de heling niet af; het misdrijf verliest zijn karakter als strafbaar feit niet door de onstrafbaarheid van den dader, en meer dan dat er door misdrijf verkregen is wordt door de wet niet geëischt.

2. Onder verbergen is te verstaan het overnemen van het voorwerp, dat immers reeds is onttrokken aan het oog van den benadeelde

en aan de justitie 1).

Onder de wijzen waarop heling gepleegd kan worden is niet genoemd het verkoopen ten behoeve van den dader van het misdrijf, dat als ook geene medeplichtigheid opleverende onstrafbaar is gebleven. De reden zal te zoeken zijn in de opvatting dat aan heling altijd winstbejag ten grondslag 1 igt (Alomorie van toelichting) \ men had dan echter verkoopen uit winstbejag even goed als verbergen uit winstbejag strafbaar kunnen stellen.

Dat er altijd winstbejag is, is niet meer dan een wettelijk vermoeden waarvan geen bewijs noodig is maar waaromtrent ook niet het be\v ijs van het tegendeel is toegelaten -).

Alleen bij verbergen moet het winstbejag worden aangetoond; is dit niet aanwezig dan kan het feit onder art. 189 vallen.

Over winstbejag zie voorts aanteekening 6 op art. 250.

3. Het begrip van heling brengt mede dat het voorwerp door eens anders misdrijf verkregen is. Voor koopen, inruilen, in pand nemen, ten geschenke aannemen, blijkt dit uit de woorden zelve, althans w anneer vaststaat (zie aanteekening 1) dat er gekocht enz. moet zijn \an den

1) Hooge Raad 27 Juni 1904, Wbl. 8091, P. v. J. 1904, no. 364. Zie ook aanteekening 5 °P art- 159.

2) Vgl. Gerechtshof Amsterdam 10 December 1889, Wbl. 5829.

Sluiten