is toegevoegd aan je favorieten.

Het Wetboek van strafrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer de rechter nu veroordeelt wegens mishandeling van eenen ambtenaar bij herhaling dan moet hij, zoo hij de herhaling in rekening mag brengen omdat de eigenlijke straf in art. 300 bepaald is, en in art. 304 evenals in art. 422 slechts eene verhooging van de eigenlijke straf is toegestaan, beide verhoogingen alleen op de straf van twee jaren toepassen, en hij komt dus tot eene straf van twee jaren plus tweemaal een derde of drie en een derde jaar.

Maar nu bij beleediging van eenen ambtenaar bij herhaling, art. 266, 267, 423. In art. 423 is art. 267 genoemd; men kan dus hier niet nemen drie maanden met twee verhoogingen van een derde, te zamen vijf maanden, maar moet de verhooging wegens herhaling toepassen op de straf van art. 267, vier maanden, en krijgt dus vijf en een derde maand.

Eene dergelijke anomalie kan van den wetgever niet verwacht worden. Nu worde niet uit het oog verloren dat de aan art. 304 correspondeerende bepaling van het ontwerp (art. 329) wel voorkwam in art. 476, thans 422, dat niet gebleken is van eenige reden waarom zij later uit liet récidiveartikel gelicht zou zijn, dat een opzettelijk weglaten wel had moeten leiden tot eene revisie ook van hetgeen thans art. 423 is en daaruit dus art. 267 had moeten verdwijnen.

Een en ander te zamen genomen mag m. i. tot de slotsom leiden dat art. 304 eenvoudig ten gevolge van eene vergissing is weggevallen l) en dat in het ontwerp noch art. 329, thans 304, noch art. 286, thans 267, overtollig was opgenomen. Daaruit volgt dan ook dat het stelsel des wetgevers niet was de verhooging van straf wegens eene omstandigheid die in concreto het misdrijf raakt eenvoudig te stellen naast die welke uit recidive voortvloeit, maar dat de laatste moet toegepast worden op de straf zooals zij door zoodanige omstandigheid bepaald is (zie aanteekening 2 op art. 10).

Dat nu de verhooging wegens recidive niet mag toegepast worden op de straf van art. 304 wegens het zwaardere, wel op die van art. 300 wegens het lichtere misdrijf, levert ook eene anomalie op, maar deze vloeit niet voort uit het stelsel van het wetboek, is alleen toe te schrijven aan de genoemde, vrij zeker aan vergissing te wijten verandering van art. 422 2).

0 Art. 422 is in het Wetboek vau strafrecht voor de Europeanen in Xederlandsch Indië overgenomen als art. 435; is hier aan opzet of nalatigheid te denken? De quaestie is in elk geval ook voor dit wetboek blijven I«staan.

2) Men ga intussehen niet te ver in het demonstreeren van deze anomalie. Het hangt niet, zooals Domela Xieuwenhnis t. a. p. II bladz. 378 beweert, van de gunstige gezindheid van den rechter af of eene strafverhooging al dan niet

23*