Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Handeling tegen eigene persoon of eigen goed is hier uitgesloten. Dit ligt wel niet bepaaldelijk in de woorden van het artikel maar volgt al weder uit de verhouding van de overtreding tot die misdrijven waarbij het opzet ook op het nadeelige gevolg gericht is. Mishandeling van eigene persoon, vernieling van eigen goed is niet strafbaar, a fortiori niet zoodanige handeling tegen eigene persoon of eigen goed die wat het opzet betreft minder omvang heeft, wat het gevolg betreft minder omvang kan hebben. Ook in dit opzicht echter kan cuipoos misdrijf worden aangenomen indien nadeelig gevolg voor het lijf of het goed van anderen uit het feit ontstaat.

Het is voldoende dat de baldadigheid is gepleegd tegen éene persoon , tegen éen goed; de meervoudsvorm is hier blijkbaar niet gekozen met de bedoeling tot uitsluiting der toepasselijkheid op gevolg voor eenen enkele; vgl. aanteekening 5 op art. 141.

De vraag of onder goederen ook dieren begrepen kunnen zijn is beantwoord bij aanteekening 6 op art. 141.

4. Door het feit moet gevaar of nadeel kunnen worden teweeggebracht. Deze uitdrukking van de wet is niet gelukkig als geene voldoende rekening houdende met het begrip van gevaar; de handeling waardoor gevaar kan worden teweeggebracht is toch eigenlijk niet te onderscheiden van die waardoor gevaar wordt teweeggebracht; zoodra er mogelijkheid is van gevaar, bestaat er gevaar, en bestaat er geen gevaar, het is omdat er geen gevaar mogelijk was; vgl. ook aanteekening 7 op art. 157. Daarenboven is de vermelding van nadeel overtollig, daar zoo er nadeel mogelijk is het gevaar bestaat. Men had dus beter gedaan met öf te zeggen: waaruit gevaar ontstaat, of liever, ter vermijding van het strafrechtelijk bedenkelijke woord gevaar: waaruit nadeel kan ontstaan l).

Om gelijke reden als bij aanteekening 3 werd opgegeven kan hier slechts gedacht worden aan gevaar of nadeel voor andere personen dan den dader, voor ander goed dan het zijne.

31aar de vraag blijft over of de strafbaarheid beperkt is tot het geval dat het gevaar of het nadeel zou betreffen de personen of de goederen die het object der handeling zijn, dan wel of het onverschillig is wie of wat door gevaar bedreigd wordt. De laatste opvatting schijnt de juiste. De woorden zijn zoo algemeen dat zij eene beperking niet wettigen; en de wijze waarop de opneming der woorden, die in den

1) Vgl. Posthumus Mevjes t. a. j>. bladz. 02. De onderscheiding van Polenaar en Heemskerk, aanteekening 7, die gevaar alleen met personen, nadeel enkel met goederen in verband brengen, schijnt mij willekeurig.

Sluiten