Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaar is verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke of de in artikel 453 omschreven overtreding onherroepelijk is geworden, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste twee weken.

1. Terwijl bij art. 453 het zich bevinden in staat van dronkenschap op den openbaren weg als aanstoot gevende en dus behoorende tot overtredingen tegen de zeden strafbaar wordt gesteld alleen wanneer die staat kennelijk is, d. i. voor eiken beschouwer aan uiterlijke teekenen herkenbaar, wordt bij art. 426 de veiligheid beschermd tegen hen die ze in dronkenschap bedreigen. Dit heeft niets te maken met den grond der strafbaarstelling van dronkenschap op zich zelve; daarom behoeft deze hier ook niet kennelijk te zijn, maar slechts geconstateerd te kunnen worden door hen die met den overtreder in aanraking komen.

2. De overtreding kan in de eerste plaats bestaan in het belemmeren van het verkeer of verstoring van de orde in het openbaar. Dit zullen handelingen moeten zijn van den beschonkene zeiven, niet alleen gevolgen van zijne dronkenschap, die wellicht eene menigte achter hem op de been brengt en zoo tot eenen oploop en de gevolgen van dien aanleiding geeft. De belemmering van het verkeer, de verstoring der orde mag daarbij de eerste oorzaak vinden in de dronkenschap, zij is de daad van hen die te hoop loopen, niet van den beschonkene. zelfs niet al geeft die door nog meer dan zijne dronkenschap, door luidruchtigheid en dergelijke er aanleiding toei).

In het openbaar, zie aanteekening 3 op art. 131.

Ook hier zijn voor het publiek toegankelijke plaatsen evenzeer bedoeld als de openbare weg 2). De handeling moet dan echter ook gepleegd worden op zoodanige plaats of zoodanigen weg, of de verstoring der orde of het openbaar verkeer (alleen voor deze twee is de openbaarheid een vereischte) moet daar plaats vinden 3).

Bij art. 431 wordt strafbaar gesteld eene species van verstoring der openbare orde, het maken van burengerucht bij nacht, en bij art. 453 het zich bevinden in kennelijken staat van dronkenschap op den openbaren weg. Bij eendaadschen samenloop kunnen die beide overtredingen de overtreding van art. 426 vormen, waartegen niet afdoet dat de drie betrokkene artikelen in drie onderscheidene titels

') Cnopius in Tijdschrift voor strafrecht XI, bladz. 65.

2) Hooge Raad 28 April 1902, Wbl. 7765, P. v. J. 1902, no. 149.

3) Hooge Raad 18 Mei 1903, Wbl. 7927, P. v. J. 1903, no. 253.

Sluiten