Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en onder onderscheidene soorten van overtredingen voorkomen, daar enkel naar de feiten, niet naar animus of bedoeling gevraagd moet worden.

Het in liet openbaar maken van rumoer van zulk eene hevigheid dat er de nachtrust door kan verstoord worden, is op zich zelf reeds verstoring van de orde in het openbaart).

3. De opnoeming in het artikel van het bedreigen van eens anders veiligheid gaf in de Tweede Kamer aanleiding tot de aanmerking dat men zou kunnen meenen dat hier eene bepaalde bedreiging van den beschonkene tegen een ander noodig is. De Minister van justitie bestreed 'leze opvatting, en gaf te recht te kennen dat hier niet van persoonlijke bedreiging maar van het in gevaar brengen van eens anders veiligheid sprake is. De uitdrukking is eene figuurlijke; de bedreiging geldt niet de persoon van een ander maar diens veiligheid; het woord bedreiging behoort dus ook niet in zijne gewone, niet overdrachtelijke beteekenis te worden aangenomen, en beteekent: iets doen waardoor eens anders •veiligheid rechtstreeks in gevaar wordt gebracht.

4. In de derde plaats valt onder het artikel het verrichten van handelingen waarbij tot voorkoming van gevaar voor leven en gezondheid van derden 2) bijzondere omzichtigheid of voorzorg wordt vereischt. De Memorie van toelichting geeft voor het begrip van dezen vorm van overtreding kenmerkende voorbeelden in de handelingen van hem die

l) Anders den Beer Poortugael in Tijdschrift voor strafrecht, XVI, blad/. ó01 en volg. Deze leidt uit de geschiedenis van art. 426 af dat verstoren van de orde moet beteekenen lastig of hinderlijk zijn, waarvoor weer noodig is dat een ander overlast of hinder aangedaan luoet worden. Nu heeft wel de Commissie \ an Kapporteurs gewenscht dat openbare dronkenschap alleen gestraft zou worden ingeval van last of hinder, maar dit heeft de Minister niet gewild; heeft hij nu toch art. 426 ter tegemoetkoming aan de Commissie verscherpt, er blijkt niet dat hij verstoring van de orde in zoo enge beteekenis heeft bedoeld dat er niets onder zou vallen dan hinder of overlast aan een ander; hij had immers de woorden der Commissie kunnen overnemen.

I>at bij derde herhaling de strafposities in de war komen, schijnt ook niet afdoende, dat is eene fout van de wet die ook in andere gevallen van toepassing van art. 4i6 aan den dag komt. Wie in kennelijken staat van dronkenschap verkeert op den openbaren weg, dus alleen gestraft wordt omdat hij aanstoot geeft (Minister van justitie) wordt ook bij derde herhaling strenger gestraft dan wie in zoodanigen staat meer doet, de orde verstoort.

-) Dei den, oneigenlijk voor anderen dan de dader; Polenaar en Heemskerk, aanteekening 4.

noyon, Het Wctb. v. Straf,-., III, 2e druk. 24

Sluiten