Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men denkt hierbij liet eerst aan eene iemand overkomene ramp, aan het gevaar van verdrinken en derg.; zoo spreekt ook de Memorie van toelichting van den plicht des burgers om bij oogenblikkelijken nood datgene te doen wat de vertegenwoordigers van het openbaar gezag zouden verrichten indien zij tegenwoordig waren.

Intusschen is geenszins uitgesloten het geval dat medische hulp noodig is tot wegneming van levensgevaar; maar om strafbaar te zijn moet de arts, wiens huip wordt ingeroepen of die ze uit zich zelf verleenen kan, getuige zijn van het gevaar, het dus persoonlijk waarnemen.

In het algemeen zal dan ook niet strafbaar zijn hij wiens hulp wordt ingeroepen en die weigert of nalaat zich te begeven naar de plaats des gevaars.

T I T E L VI.

OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE ZEDEN.

Artikel 451.

Met hechtenis van ten hoogste drie dagen ol' geldboete van ten hoogste vijftien gulden wordt gestraft:

1°. hij die in liet openhaar voor de eerbaarheid aanstootelij ke liederen zingt;

'2°. hij die in het openbaar voor de eerbaarheid aanstootelij ke toespraken houdt;

3°. hij die op eene van den openbaren weg zichtbare plaats voor de eerbaarheid aanstootelij ke woorden of teekeningen stelt.

1. Over hetgeen onder de eerbaarheid verstaan moet worden zie aanteekening 4 op art. 239. Voor de eerbaarheid aanstootelijk is volgens de Memorie van toelichting niet datgene wat in concreto aanstoot geeft, maar waardoor aanstoot gegeven kan worden; ook hier is blijkbaar niet bedoeld het eerbaarheidsgevoel van eene bepaalde persoon, maar de eerbaarheid als algemeen begrip. Zie voorts aanteekening 3 op art. 240.

Liederen zijn wegens den vorm waarin de daarin vervatte mededeelingen gedaan worden altijd als aanstootelijk te beschouwen, evenzoo teekeningen.

Sluiten