Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Wellicht zou dit artikel naast art. 466 als overtollig beschouwd kunnen worden daar het niet inschrijven van de acte of het schrijven op een los blad reeds genoemd kan worden handelen in stiijd met eenig voorschrift omtrent de registers van den burgerlijken stand, bepaaldelijk met dat van art. 16 eerste lid Burgerlijk wetboek.

Nu de bepalingen nevens elkander staan geldt voor die van art. 467 het voorschrift van art. 55 tweede lid.

2. Ambtenaar van den burgerlijken stand, zie het slot van aanteekening 1 op art. 448.

3. Omtrent den rechter voor wien de overtredende ambtenaar moet terecht staan, zie art. 4 der wet van 31 December 1887, Stbl. 205: vgl. aanteekening 5 op art. 465.

Artikel 468.

Met geldboete van ten hoogste honderd gulden wordt gestraft:

1°. de ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat aan het bevoegd gezag de opgaven te doen die eenig wettelijk voorschrift van hem vordert; *2°. de ambtenaar die nalaat aan den ambtenaar van den burgerlijken stand de opgaven te doen die eenig wettelijk voorschrift van hem vordert.

1. No. 1 van dit artikel vindt volgens de Memorie van toelichting toepassing o. a. op het geval van art. 417 tweede lid Burgerlijk wetboek en van het Koninklijk besluit van 31 Juli 1828, Stbl. 51.

Op art. 50 Burgerlijk wetboek zal het wel hoogst zelden kunnen worden toegepast vermits voor de daar voorgeschrevene inzending geen termijn is gesteld; alleen wanneer binnen den verjaringstermijn de betrokkene ambtenaar moet aftreden en dus buiten de mogelijkheid geraakt tot het nakomen van zijne verplichting, zou hij strafbaarkunnen zijn.

2. Ambtenaar van den burgerlijken stand, zie het slot van aanteekening 1 op art. 448.

3. De rechter voor wien de overtredende ambtenaar van den burgerlijken stand wordt terechtgesteld is aangewezen bij art. 4 der wet van 31 December 1887, Stbl. 265. Zie aanteekening 5 op art. 465.

Sluiten