Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 39.

Bij 10. Bij de opnoeming der straffen en maatregelen waaraan jeugdige personen kunnen worden onderworpen ontbreekt sub A 1, aan het slot voorwaardelijke plaatsing in eene tuchtschool ter vervanging van berisping (art. 38 octies), en sub B 1, en sub C 1 tuchtschool en geldboete (art. 39 septies, le lid).

Bij 12. De algemeene maatregel van bestuur ter uitvoering van de wet van 12 Februari 1901, Stbl. 64, is vastgesteld bij Koninklijk besluit van 15 Juni 1905, Stbl. 209, gewijzigd 29 October 1906, Stbl 274, en 10 Mei 1907, Stbl. 99.

Volgens art. 39bis is de uiterste termijn waarvoor de schuldigverklaarde ter beschikking der Regeering is het bereiken van den 21 jarigen leeftijd; intusschen kan de voorziening van regeeringswege ook vroeger eindigen, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk. Wordt het voorwaardelijke ontslag herroepen (art. 18 wet 12 Februari 1901, Stbl. 64), dan eindigt de voorziening door een nieuw voorwaardelijk of een onvoorwaardelijk ontslag of het bereiken van den uitersten leeftijd.

Alleen bij onvoorwaardelijk eindigen kan volgens artikel 39ter laatste lid worden overgegaan tot uitvoering der eventueel opgelegde gevangenisstraf, die echter volgens art. 39 quater kan worden opgeschort. Wat aan de opschorting moet voorafgaan regelt het Koninklijk besluit van 15 Juni 1905, Stbl. 208, in art. 1 en 4, nl. een voorstel of advies van den directeur van het rijksopvoedingsgesticht of het bestuur der vereeniging, stichting of instelling waaraan de veroordeelde is toevertrouwd, bij voorafgaand voorwaardelijk einde der voorziening dat van hem die met het toezicht over den veroordeelde is belast.

Het zal nu van gewicht zijn dat het besluit tot opschorting genomen wordt voordat de voorziening van regeeringswege is geëindigd, daar niet is geregeld het geval dat dit niet mocht zijn geschied.

Ook is niet voorgeschreven op welke wijze de betrokkene ambtenaar van het openbaar ministerie wordt in kennis gesteld met het einde der verpleging en in de gelegenheid gesteld tot executie der gevangenisstraf. Vooral klemt dit bij voorwaardelijk eindigen der verpleging waarmede de verpleegde uit het gezicht van het openbaar ministerie verdwijnt, doch ook bij onvoorwaardelijk eindigen der verpleging voor het bereiken van den leeftijd van 21 jaar. Alleen bij het eindigen door het bereiken van dien leeftijd is het openbaar ministerie uit eigene wetenschap in de gelegenheid te zorgen dat de hand op den veroordeelde wordt gelegd. In elk geval zal het nu op den weg van het openbaar ministerie liggen

Xoyox, Het Wetb. v. Strafr. Suppl. op den 2en druk. 2

Sluiten