Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XX

Bladz.

§ 1. P. C. Ilooft (1581 — 1647) en de Muiderkring. . . . 123

„Hooft der poëten;" hooge positie; Amsterdamsche burgemeesterszoon ; reis naar Frankrijk en Italië; 1609 Drost te Muiden; gehuwd met Christina v. Erp , later met Eleonore Hellemans; Muiderkring voortzetting van bjjeenkomsten in 't Iloemershuys; groote invloed van Anna en Maria Telselseha; gezeligheid; aanmoediging; critiek; klassieke richting vooral nagestreefd (v. Baerle); Hooft als dichter: lyrische poëzie, vooral lied en sonnet; dramatische poëzie, Granida, Gerardt van Velsen, Baeto, Ware-nar; Hooft als prozaschrijver; nauwkeurig, kernachtig, levendig; Nederlandsche Historiën. Hooft als mensch ; omnibus idem, deftig, beminnelijk aristocraat.

Lyrische poëzie: Klaere wat heeft..., Wachterlied, Sonnet, Grafschrift, Klaghte der Princesse van Oranjen; Dramatische Poëzie: Granida, Warenar (Rijckerl's aanzoek, Warenar verstopt den pot met goud); Proza (inleiding tot Ned. Hist., Onthoofding v. Egmond en Hoorne, Pacieco's dood).

§ 2. De Eerste Duytsche Academie 145

In 't begin 17e eeuw veel nieuwe leden in de Eglentier;

weldra tweedracht, Hooft, Vondel, Coster en Breeroo contra Rodenburgh; verschil in kunstrichting, klassiek en romantiek drama;

Coster (1579— + 1650) stichtte in 1617 Duytsche Academie; eigenlijk doel niet bereikt, uitsluitend schouwburg;

succes niet te danken aan klassieke stukken, wel aan blijspelen en hekeldichten; 1635 Oude Kamer en Academie vereenigd; 1638 stadsschouwburg geopend met Gysbrecht van Aemstel; 1632 doorluchtige school door stadsbestuur gesticht.

§ 3. Gerbr. Adriaensz. Bredero (1585— 1618) 147

Zoon uit „den Heer van Brederode;" leerling van Badens; populair; vaandrig; weinig verdienste als schilder, groote roem als dichter; echte Amsterdammer; zin voor het comische; plastisch talent; lyrisch dichter : Boertigh, Amoreus en Aendachtig Groot Liedtboeck; lid van de Oude Kamer; later van de Academie; toch tegenstander van de klassieke kunst; dramatisch dichter: treurspelen; blijspelen: (Moortje; Sp. Urabander); kluchten (L)e Koe).

Lyrische poëzie: Arent Pieter Gysen, Al ben ick schoon Liefje, Vroegh in den dagheraedt, Wat dat de wereld is, Als 'toog van mijn gemoed; Dramatische poëzie: Spaansche Brabander.

§ 4. Joost van den Vondel (1587—1679) 163

Geboren te Keulen; later naar Utrecht en Amsterdam;

lid v. d. Brab. Kamer; Roemershuys ; O Kamer; Muiderkring; Maria de Wolff; dochter Anna; zoon Joost; overgang tot het Katholicisme, 1641; 1658 suppoost a. d. Bank van

Sluiten