Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ghereiden 14, 77 gereed maken. glierfnesse 64, 13 erfenis.

gheringhe 70, 44 spoedig, snel.

gerit 144, 7 troep.

get zakker willigen 140, 84 bastaardvloek, Gods heilige wil.

ghelrect voort 14, 55 tiitmuntend. ghcvouch 16, 41 gevoeg, wat past. ghewarich 65, 13 waarachtig. geweldighe 142, 17 opziener der gevangenis.

ghewoech 22, 55 maakte geen gewag,

zeide niet.

ghile 38, 50 spot, bedrog.

goey faes 79, 16 allemaal gekheid. gont 16, II dat, het.

goom nemen 10, 153 waarnemen, zien. graef 156, 19 deftig.

graesen 129, 37 grassprieten.

graet 21, 26 trap, trede.

green (otnme) 47, 17 grijnslachte. greine 50, 57 scharlaken kleur. greinscn 58, 31 vluchten.

grollen 68, 8 brommen.

gruys 158, 103 hier: schrapsel v. d.

nagels.

guxyl 234, 29 paard.

Haeven 138, 4 have, bezitting. hahberch 6, 24 borstharnas.

handelen 69, B, 15 in de handen nemen. handen (te) 21, 32 terstond.

harde of hcrde 1, 55, zeer, adv. harentare 18, 96 links en rechts.

heelt 28, 68 held.

heet 28, 55 genaamd hem 6, 43 pr. pers. 3e p. pl. hen;

7, 65 zich.

hen 13, 27 het en, het niet.

hine 6, 18 hij hem.

liys 15, 2 hij des, daarom.

hokkelt je 140, 66 hokje, hoekje.

hone 37, 19 bedrog, schande. hoetcleder 36, 91 hoofddoeken.

hout 28, 59 houw, goed gezind. hovesch 22, 78 lioofsch, welopgevoed. huysluy 150, 15 boeren.

Idelre hande 6, 58 met leege handen.

ie 6, 51 ooit.

iemen 9, 94 iemand.

inden 102, 5 eindigen.

ingelroeyen 98, h, 6 hengelroeden.

Jaecht voor 50, 81 verjaagt.

jaerich 215, 13 jaarljjksch; 192, 81

een jaar oud.

jentjens 156, 19 aardigjes, liefjes. joesten 5, 13 aanvallen.

joffrou rack 215, 10 jufferdreef.

jonnen 128, 2, 20 gunnen.

jomt 152, 2, 13 gunst, lust. jouwerliefde 223, 45 ulieden.

Cadetten 99, c, I aanzienlijke personen.

calaengien (hrinckt een) 94, 28 komt

verkeerd uit.

ranosie 49, 24 kapittel v. kanunniken. caritate 65, 12 christelijke liefde. kats-hooft 137, 26 steenen doofpot

mot twee ooren.

kay (de — leutert je) 138, 48 je bent niet wjjs.

Ice 78, 7 bastaardvloek; Christus (?) kedaer 222, 47 ziedaar.

keerle 55, 30 opperkleed.

keityf 28, 93 ongelukkig(e).

kennen 69, B, 18 bekennen.

kevti 119, b, 5 kooi.

kimmyn 50, 63 gebit.

kladder 156, 21 schuier.

claretten 99, c, 5 zekere muziekinstrumenten.

Sluiten