Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorstellen van het punt d. i. het vr$e uiteinde van

den uit den beweeglijken oorprong getrokken betrekkelijken snelheids-

vector, alleen ten gez<olge van de wenteling om de as door den

oorsprong gaande. .

We zullen die sleepsnelheid noemen de versnelling van Cortolts

in de richting O X. . , ,n

Aangezien de beide andere vergelijkingen van (i,37)jlezelfde

uitkomsten zullen geven ten opzichte van de assen 0 Y en O Z, mogen wc de volgende stelling uitspreken.

Stelling. De volstrekte versnelling is de resultante van de betrekkelijke versnelling, de sleepver snelling en tweemaal de versnelling van Coriolis; dus ook ,

de betrekkelijke versnelling is de resultante van de volstrekte versnelling, de sleepver snelling in tegengestelden zin genomen en tweemaal de versnelling van Coriolis, ook in tegengestelden zin genomen.

HOOFDSTUK VII.

Kracht, massa, arbeid, hoeveelheid van beweging, krachtfunctie.

Hebben we tot hiertoe de beweging opgevat als zuivere plaatsverandering, nu zullen we aan de hand van de ervaring

nagaan, hoe de beweging tot stand komt.

De ervaring weet in de meeste gevallen, waar versnelling optreedt, een oorzaak voor dat optreden aan te wijzen, en duidt die naar omstandigheden aan met de namen : spierkracht, dmkkracht, veerkracht, spankracht, wrijfkracht, trekkracht, enz. in 't algemeen door kracht.

Kracht is de oorzaak van de versnelling.

Gaat een trein bewegen, dan weten we, dat door de spankracht van den stoom de zuiger wordt voortbewogen, welke beweging door stangen wordt overgebracht op de wielen. Door de wrijving van wiel en rail ontstaat de wrijvingskracht, in tegengestelde richting werkende van die, waarin de onderste punten van den wielband bewegen, en die de oorzaak is, dat de trein in de richting van die wrijvingskracht gaat bewegen, bij 't vertrek langzaam, daarna steeds

Sluiten