Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Minister van Financiën, waarmede deze de begrooting in de Kamer bracht, volkomen juist de redenen uitgelegd, waarom men niets anders. niets meer kan doen dan de Regeering heeft voorgesteld. Die redenen hebben den geachten redenaar overtuigd. Zij hebben. Mijnheer de Voorzitter, de voorstellers niet overtuigd. En het is juist dat punt dat in discussie zal komen, wanneer het voorstel zelf zal worden overwogen. En 0111 het met haar te overwegen, daartoe vragen wij thans de vergunning der Kamer.

Ten derde. „De omstandigheden zijn sedert niet verbeterd." Sedert het houden namelijk van de rede van den Minister van Financiën. Wij. Mijnheer de Voorzitter, gelooven dat. met welke bezorgdheid men die omstandigheden in aanmerking neme, hoe zwaar men ze tille. niet alleen dergelijke vermindering van lasten als wij voorstellen mogelijk is, maar dat de plicht om te doen hetgeen wij verlangen juist door die omstandigheden te sterker wordt aangedrongen. En wij vragen verlof van de Kamer om bij de discussie over het voorstel zelf de redenen, die ons dat doen gelooven, te ontwikkelen.

In de vijfde plaats. „Er ontstaat beweging in den lande: er wordt verwarring, onrust berokkend door een dergelijk voorstel tot afschaffing van belastingen." Die beweging, die verwarring, die onrust wil de spreker voorkomen. Hoe? Door eene weigering der Kamer om ons voorstel in overweging te nemen!

Ik heb tweeërlei antwoord, Mijnheer de Voorzitter:

1. Zoo ooit, dan is in dit geval blijkbaar dat de voorstellers het niet hebben toegelegd op een uitstekend populair voorstel. Hadden zij dat gewild, zij hadden de afschaffing van den accijns op het gemaal, zoo niet in zijn geheel, dan van dien op het gemaal van de rogge voorgesteld. Zij hebben er zich van onthouden. Zij doen — en hopen ook dit nader te mogen betoogen — niet alleen een uitstekend gematigd voorstel, maar een voorstel waarvan ieder zeggen moet, dat de voorstellers het belang van de publieke zaak boven populariteit hebben geplaatst.

2. Zoo door dit voorstel om belasting af te schaffen, „beweging, verwarring, onrust is berokkend", zal dan, bij nader overleg, de geachte spreker zelf inderdaad van meening zijn, dat het beste middel om een en ander te voorkomen, ware, het voorstel niet in overweging te nemen ? De verdere discussie en dus ook de blootlegging van de gronden, die er tegen pleiten, te onderdrukken? Mij dunkt, voor den spreker, voor hen die denken als hij, moet de gelegenheid welkom zijn om te wederleggen, en om door die wederlegging, beter dan door onderdrukking van redenen, de spanning tegen te gaan, die hij als het gevolg van ons voorstel ducht.

De Kamer besloot met 53 tegen t> stemmen, het voorstel in overweging te nemen.

Sluiten