Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opbouw onzer scheepsmacht niet gelijktijdig met de behartiging van andere aangelegenheden onzer Marine kon worden voorbereid ? Waarom schijnt dat eerst nu mogelijk ? En op welken grond meent de Minister zich verzekerd te mogen houden, dat hij in staat zal zijn ons binnen een jaar voor te leggen hetgeen hij tot dusver nog niet tot klaarheid kon brengen?

11 December. Beraadslaging over het in overweging nemen van een voorstel van den heer van Nispen van Sevenaer en twee anderen tot afschaffing van den accijns op het gemaal der rogge. De heer van Rappard meende, dat het voorstel der regeering tot afschaffing van de 23 opcenten op het gemaal, dat van de heeren Th. en vier anderen (zie hiervóór, blz. 1) tot afschaffing van den accijns op de brandstoffen en het thans besproken voorstel tegelijk behoorden te worden behandeld. Hij noodigde mitsdien de regeering uit. de middelenwet te wijzigen, en zoodoende de beraadslaging over haar voorstel te verschuiven tot de beide andere aan de orde konden komen. De minister van financiën en de heer van Nispen van Sevenaer verklaarden zich tot uitstel bereid.

Ik ben verrast, Mijnheer de Voorzitter, door hetgeen ik zooeven heb gehoord; ik ben verrast èn dooi- de rede van den afgevaardigde uit Amersfoort (den heer van Rappard) èn door de verklaringder Kegeering. Ik geloof, dat de Vergadering het billijk zal keuren zoo wij, de voorstellers van de afschaffing van den accijns op de brandstoifen, ons een korten tijd van beraad voorbehouden om dan ons gevoelen te zeggen, zoodra het te pas zal komen; en het zal, dunkt mij, niet te pas komen vóór den afloop der beraadslaging over de onderscheidene hoofdstukken der begrooting van uitgaven.

Wij verzoeken, Mijnheer de Voorzitter, onze meening. na onderling te hebben beraadslaagd, aan de Vergadering te mogen blootleggen, of wij gelooven haar te moeten voorstellen nog in dit burgerlijk jaar ons voorstel in overweging te willen nemen, dan wel dit evenzeer te verschuiven, als de geachte voorstellers van het andere ontwerp en ook de Minister zich bereid hebben verklaard ten aanzien hunner ontwerpen te doen.

Dan wilde de heer van Nispen zijn voorstel ook in de afdeelingen onderzocht hebben.

Mijnheer de Voorzitter, ik heb mij voorgesteld, dat de behandeling van het voorstel van onze drie geachte medeleden in de sectiën zonder eenigen twijfel nu nog zou plaats vinden. Ik heb niet gedacht, dat een uitstel van verklaring van onze zijde daarop van eenigen invloed zou behooren te wezen; en welke ook de meening der Kamer zij over het uitstellen van de discussie, mij zou het

Sluiten