Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menigvuldige vereenigingen, die goederen tot een bepaald doel bezitten, kloosters of inrichtingen van onderwijs, neem de rjjke universiteit te Leuven, de rechten d'une pertonne civile. Zij hebben er op aangedrongen, maar het niet verkregen en evenwel is België met dergelijke inrichtingen overdekt. Vanwaar, Mijnheer de Voorzitter? Ik ben geen vriend van kloosters, maar ik ben een groot vriend van de vrijheid; en zoo menige echt menschelijke of maatschappelijke doeleinden zullen niet anders dan in den vorm. welke de zedelijke lichamen kenmerkt, kunnen worden bereikt. Ik ben een groot vriend van de vrijheid en geloof, dat. zoo zij misbruik kan voortbrengen, dat misbruik door de natuurlijke reactie, die in de maatschappij daartegen ontstaat, soms beter wordt tegengegaan dan door eene beperkende of dwingende wet. die niets anders te weeg brengt dan wetsontduiking, die niet verhindert wat zij verhinderen wil, die slechts omwegen doet vinden om het verbodene te verkrijgen. Ik zeg dit niet daarom, omdat ik elk gebruik van het recht van vereeniging. van het vermogen om stichtingen, fundatiën te .maken, goed- of heilzaam keur in de maatschappij, maar ik geloof dat de wetgever in den regel zijn doel zal missen, zoo hij rechtstreeks wil verhinderen. Ik zeg het ook niet daarom. Mijnheer de Voorzitter, omdat ik geene regeling wil.

Ik wil alleszins regeling, maar eene voldoende, doeltreffende regeling.

De Minister in zijne voordracht regelt inderdaad niet. hij geeft geene algemeene regeling voor de organisatie van zedelijke lichamen, hij regelt niet de grenzen, binnen welke zij verplichtingen kunnen opleggen aan de leden, hij regelt niet het publiek toezicht over die lichamen te voeren, hij regelt niet en kan in deze wet niet regelen het gansche stuk van de stichtingen of fundatiën. Hierdoor mist de Minister juist het hoofddoel zijner voordracht. Hetgeen men niet zal kunnen doen bij wijze van zedelijke lichamen, zal men doen bij wijze van stichtingen. Al de bedenkingen, al de bezwaren, die de Minister heeft tegen de zedelijke lichamen, gelden evenzeer en nog veel meer tegen de stichtingen. Achter stichtingen, waarin men niets ontwaart clan eenheid van goed, tot eene bepaalde bestemming. met administrateuren, zal men de zedelijke lichamen verschuilen.

De Minister heeft ons gisteren gesproken van majoraten, die men als zedelijke lichamen in familiën zou kunnen oprichten. Ik geloof niet. dat een majoraat een zedelijk lichaam is, maar, zoo men in eene familie een majoraat in fraudem legis zou willen instellen, dan zal men dit bij wijze van stichting of fundatie doen, en zich aan de waakzaamheid van den Minister van Justitie tegen zedelijke lichamen niet storen.

De Minister — het is gisteren gebleken, het is gebleken uit de

Sluiten