Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet onbekend, en wat vind ik daarin ? Tot oprichting eener corporatie is eene Parlements-acte noodig. Die acten zijn talrijk want het getal van die lichamen is in Engeland oneindig en eene menigte vereenigingen die bij ons als maatschappen, als vennootschappen handelen, erlangen daar den vorm van corporatiën. W elnu de bepalingen voor eene geheele klasse plegen in alle bills tot die klasse betrekkelijk eensluidend te zijn. Zeer overeenkomstig met den aard van het Engelsche recht, dat algemeene wettelijke voorschriften mist: een gemis waarin door herhaling derzolfde stellingen of regels in elke bijzondere bill tegemoet wordt gekomen. Hier te lande bestaat het tegendeel van dat stelsel: wat algemeene regel is behoort in de wet zijne uitdrukking en zijn waarborg te vinden.

De Minister wijst ons op de verplichte voorlegging der statuten. Bij die statuten, welke de wetgever of de Koning moet goedkeuren, kan, volgens den Minister, in alles worden voorzien.

Hoe men in die statuten de gebreken zal verbeteren, die, volgens den Minister, inhaerent zijn aan de zedelijke lichamen, aan den fikt ie ven persoon, is moeilijk te begrijpen. Maar dit punt daargelaten. zoo men waarborgen tegen die gebreken behoeft, de wet moet die waarborgen, mijns inziens, voor alle zedelijke lichamen stellen. En zij kan dit. zij is geroepen dit te doen, volgens het betoog van den Minister zeiven. De kwalen, waartegen hij strijdt, zijn aan alle zedelijke lichamen eigen. Het zijn algemeene gebreken, waartegen dus algemeene regels kunnen gegeven worden, en is dit niet juist de taak der wet? Hadden wij niet codificatie, gelijk de Engelschen die niet hebben, dan zou het te pas komen, gelijk in Engeland, in iedere bijzondere acte telkens dezelfde bepalingen voor te schrijven. Doch wij zijn op een meer verstandigen weg, dien men ook in Engeland langzamerhand tracht te bewandelen, en dien wij althans niet behooren te verlaten. Ik herinner het voorbeeld, door den Minister bijgebracht. Hij vindt er groot bezwaar in dat aan de zedelijke lichamen geen eed kan worden opgelegd. ,Hoeveel beter, zegt hij. is het Engelsche recht. Daar kan men de leden en administrateuren dier lichamen oproepen tot ontdekking der waarheid." Mijnheer de Voorzitter, welnu, zoo die regel goed en noodig is, waarom die niet in de wet gebracht?

Zoo ik verlang, dat hetgeen regel behoort te zijn. in de wet kome, het is niet enkel om den wil eener goede methode van wetgeving; er is een ander belang bij betrokken, dat van waarborging tegen willekeur. In Engeland, juist omdat men er op de wijze, die ik beschreef, te werk gaat, is willekeur wellicht zeldzaam. Men blijft aan de antecedenten, die regels zijn geworden, getrouw. Hier te lande zou veranderlijke, willekeurige opvatting en regeling veeleer te wachten zijn. Rechtvaardige, gelijke behandeling aller

Sluiten