Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoorlijk is georganiseerd. Ik wensch die organisatie; maar. Mijnheer de Voorzitter, omdat die macht nog niet zoodanig is ingericht als behoort, moet men daarom van haar aftrekken hetgeen haar volgens de Grondwet en volgens den aard der zaak toekomt, om het over te brengen op een gansch ander gebied, bij een rechter die er vreemd aan is V

Is het genoeg, een onpartijdigen rechter te hebben ? Ik wenschte dat, woord niet met zooveel nadruk te zien gebruiken alsof de Gedeputeerde Staten, alsof de Koninklijke Regeering partijdige rechters waren. Maar, gesteld dat de burgerlijke rechter dat voordeel had boven andere machten. het is niet genoeg een onpartijdig rechter te hebben; men moet een rechter hebben, berekend voor de taak. eene organisatie van rechtsmacht met den aard van het onderwerp of van de te beslissen geschillen in overeenstemming. En die overeenstemming bestaat niet. I)e burgerlijke rechtsmacht is ten aanzien harer inrichting, ten aanzien der vormen van onderzoek. der rechtsvordering en andere deelen uitsluitend aangelegd om burgerlijke rechtsgeschillen af te doen. Om over administratieve zaken te worden uitgebreid, zou zij eene nieuwe regeling moeten ondergaan. De ondervinding heeft het geleerd. Daar. waar men bij uitzondering publieke rechtsgeschillen aan de beslissing van den burgerlijken rechter heeft onderworpen, is het geschied onder bijzondere voorwaarden en met voorschrijving van eene bijzondere • procesorde.

III. Bij de beschouwing der voorgestelde tusschenkomst van den burgerlijken rechter, in betrekking tot de bestaande wetgeving over de waterschappen, vind ik mij in eenige verlegenheid. Ik wenschte ook hierin kort, zonder toch. bij het gtoote belang van het onderwerp, bij het groote belang dat ik erin stel, duister te zijn Ik kan niet vergen, dat aan al mijne medeleden, of zelfs aan den Minister de gansche reeks van bepalingen, van den ouden en van den jongeren tijd. die de wetgeving op do waterschappen uitmaken, voor den geest zij. Ik zou daarom gaarne aanhalen: evenwel aanhalingen zouden mij te verre leiden. Ik zal mij dus voor het oogenblik vergenoegen, een paar hoofdpunten, karakteristieke punten, aan te stippen.

Ik heb. Mijnheer de Voorzitter, niet alleen de reglementen vóór 1848. maar ook. zoo ik geloof, alle die sedert 1848 zijn uitgevaardigd, wier getal wellicht 160 of daaromstreeks bedraagt, nagegaan. Ik onderscheidde een ouden en een jongeren tijd. Ik versta onder ouden tijd in de eerste plaats den tijd vóór de herziening van de Grondwet in 1848: in de tweede plaats, zoo ik mag, ook dien, die aan de komst van dit Gouvernement is voorafgegaan. In den nieuwen tijd, onder dit Gouvernement, zijn zeer vele reglementen voor waterschappen tot stand gebracht, die in de hoofdpunten.

Sluiten