Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooger gezag van Gedeputeerde Staten moeten betreffen. Nu zal zij desorganisatie te weeg brengen.

II. Ik wensch getrouw te blijven aan de beweegreden van het ontwerp. Welke is die ? De noodzakelijkheid van een middel, om nalatige of onwillige waterschapsbesturen te dwingen. Tegen dat doel schijnt mij de voordracht der Regeering lijnrecht in te gaan. Het doel» is weerstand te breken, en de voordracht geeft, zoo ik mij niet bedrieg, een prikkel tot weerstand en twist. Niet alleen in de artikelen, waar mijn tegenwoordig amendement tegenover staat, maar versterkt door de tweede alinea van art. 20, waar hetzelfde recht, dat in art. 9 aan het bestuur gegeven wordt, om bij den burgerlijken rechter in verzet te komen, wordt toegekend aan de ingelanden, wanneer het bestuur van dat recht geen gebruik maakt.

III. Ik wensch het stelsel van het ontwerp gaaf, in zijn geheel, in overeenstemming met zichzelf, in overeenstemming met eene goede regeering en met de Grondwet te houden. Welk is dat stelsel ? Het beginsel is: de uitspraak over de noodzakelijkheid en de verplichting om werken te maken, behoort aan Gedeputeerde Staten. Van de uitspraak van Gedeputeerde Staten is beroep op den Koning.

In het voorbijgaan, Mijnheer de Voorzitter, merk ik op, dat mijn amendement de wet van 1841 in haar geheel laat. Het recht van individus, die als zoodanig in de werken worden betrokken, maar beweren niet dijkplichtig te zijn, hun recht om zich te verzetten voor den burgerlijken rechter, blijft ongeschonden; hier, in het stelsel van mijn amendement, heeft men uitsluitend te doen met besturen. Vandaar ook, dat ik mij niet kan vereenigen met de bewoordingen van art. 7, alinea 1, van het ontwerp, waar ik lees: „De uitvoering van noodzakelijke werken, waaronder ook opruimingen worden verstaan, welke door de daartoe verplichten niet geschiedt, wordt door Gedeputeerde Staten bevolen." Er is gevraagd, wie zijn „de verplichten"? Zijn dat enkel de besturen? Neen. De Regeering verklaart in de Memorie van Beantwoording op blz. 5 ; „De uitdrukking vde daartoe verplichten" werd met opzet gekozen, opdat het zou slaan zoowel op de dijkplichtigen als op de besturen. Tusschenkomst van Gedeputeerde Staten is noodig, zoodra de uitvoering van noodzakelijke werken niet geschiedt, hetzij door het bestuur, hetzij door dijkplichtigen, enz. Dit ligt in de bepaling der 2de zinsnede duidelijk opgesloten." Mij daarentegen komt het voor, dat hier enkel van de besturen spraak behoort te zijn.

Gedeputeerde Staten, eene zelfstandige provinciale macht, hebben uitsluitend het initiatief der uitspraak over de noodzakelijkheid en verplichting om werken te maken ; zij zijn de eerste instantie; de Koning is de tweede. Die verscheidenheid van onafhankelijke

Sluiten