Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van bescherming vatbaar zij. Ik behoef niet te herinneren, dat, gelijk het veelal gaat, ook in dit geval, zelfs door personen, die niet als partijdig kunnen worden beschouwd, de schuld van een en ander onheil wel degelijk aan individuen en besturen is toegeschreven.

Onder dergelijke omstandigheden komt het mij plicht voor, wanneer van zoodanige gebeurtenissen gewaagd wordt in het adres, de zaak niet alleen te beschouwen van de zijde van hen. die persoonlijk in het hunne hebben geleden, maar ook van de zijde van het algemeen belang. Daartoe strekt het verlangen, dat ik heb te kennen gegeven, en dat ik ook nu, zonder het voorstellen van een amendement, aandring.

§ 12 luidende: „Wij beseffen, Sire! het gewicht onzer roeping, om in gemeen overleg met Uwe Mfijesteit de belangen van het Nederlandsche volk te bevorderen en verzekeren gaarne, dat wij onder dankbare waardeering der vele en rijke zegeningen, door den Almachtige aan Nederland geschonken, zullen trachten te beantwoorden aan hetgeen Uwe Majesteit en het Vaderland recht hebben van ons te verwachten."

Het is soms gemakkelijker den aanvang dan een goed, waardig einde te vinden. Ik wil het aan de Commissie van redactie hoegenaamd niet ten kwade duiden, wanneer zij, aan het slot van hare taak, niet zoo gelukkig is geweest als zij zelve wel gewenscht had. Er komt in § 12 eene uitdrukking voor, die ik zou wenschen door eene andere vervangen te zien. Het betreft het tweede gedeelte, de woorden: „en verzekeren gaarne, dat wij zullen trachten te beantwoorden aan hetgeen Uwe Majesteit en het Vaderland recht hebben van ons te verwachten". Ik wil die uitdrukking niet kwalificeeren. Ik wil niet zeggen in welk een mond zij. naar het mij voorkomt, beter dan in dien van deze Vergadering zou passen. Maar ik zag gaarne eene andere bewoording in de plaats. Men zou bijv. de eerste zinsnede met ^bevorderen" kunnen sluiten, en verder lezen: „Die bevordering zal, onder dankbare waardeering der vele en rijke zegeningen, door den Almachtige aan Nederland geschonken, ons doel zijn". Ik neem de vrijheid dit als amendement voor te stellen.

Het amendement werd met 34 tegen 21 stemmen verworpen.

25 September. De heer Bots, lid der kamer, was herbenoemd tot kantonrechter. Had hij daardoor opgehouden lid der kamer te zijn ? De heer Bots had de vraag bij brief aan de kamer gesteld. De heer van der Linden vond het niet twijfelachtig, dat de lieer Bots had opgehouden lid der kamer te zijn. De minister van binnenlandsche zaken behoorde dus eene nieuwe verkiezing uit te schrijven, en de kamer had verder niets te beslissen, maar kon het schrijven van

Sluiten