Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ambt heb aangenomen, dan ware de zaak volkomen duidelijk: maar of de Kamer gerekend kan worden van de zaak gesaisisseerd te zijn ten gevolge van het ontvangen schrijven, dit is aan twijfel onderhevig. En nu zou het antwoord op mijne vraag aan die leden, die van meening zijn dat op zoodanigen brief geene beslissing kan worden genomen, gelegenheid geven hun gevoelen te doen gelden.

Daar het voorstel van den heer van Eek werd aangenomen, kwam het voorstel van den heer Th. niet in stemming.

B October. Verslag van de commissie betrekkelijk de staatsrekening over het dienstjaar 1852. De commissie stelde voor, „dit verslag mede te deelen aan de hoofden der departementen van algemeen bestuur".

Ik heb geene bedenking tegen de conclusie der Commissie, maar in het Verslag vinde ik beweringen en oordeelvellingen, die mij bevreemden. Ik lees op bladz. 8 ten aanzien van het hoofdstuk Binnenlandsche Zaken: „Het is uwer Commissie opmerkelijk voorgekomen dat op geen hoofdstuk der Staatsbegrooting zooveel overschrijvingen hebben plaats gevonden als op dit hoofdstuk; dat sommige posten bijna met de helft zijn verhoogd, als bijv. art. 172. Verschillende uitgaven op het toezicht en de conservatie van jacht en visscherij; andere bijna of zelfs meer dan verdubbeld, als: art. 40, Kosten van onderhoud voor het gebouw bestemd tot woning van den Commissaris des Konings te Utrecht; art. 79, Kosten van drukken voor de beschrijving van de uitkomsten der tienjarige volkstelling en statistiek; art. 136, Kosten van onderhoud, huishoudelijke uitgaven en aankoopen. kabinetten van archaeologie en van penningen en munten te Leiden ; — bij zulke aanmerkelijke afwijkingen van de begrootingswet zou uwe Commisse nadere toelichtingen wenschelijk achten.

„Van de onvoorziene uitgaven, ad f 80.000, eene som van f 36,608.54"' gebruikt zijnde tot overschrijving op andere posten, zoo bleef hiervan voor onvoorziene uitgaven beschikbaar eene som

van f 43,391.45 '."

„Het is uwer Commissie opmerkelijk voorgekomen, dat op geen hoofdstuk der Staatsbegrooting zooveel overschrijvingen hebben plaats gevonden als op dit hoofdstuk." Indien het zoo ware, Mijnheer de Voorzitter, en indien dit verschijnsel zich alle jaren opnieuw voordeed, het zou, dunkt mij, niet moeten bevreemden. Het tegendeel zou moeten bevreemden, wanneer men in aanmerking neemt zoowel de groote verscheidenheid van zeer ongelijksoortige posten, waardoor dit departement zich van alle andere departementen onderscheidt, als het groot aantal artikelen waarop do wet over-

Sluiten