is toegevoegd aan je favorieten.

De onuitgegeven parlementaire redevoeringen van Mr. J. R. Thorbecke

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dinging overgroot. Dat pleit op zich zelf reeds tegen de dringende noodzakelijkheid om de bezoldigingen te verhoogen. Maar is het geraden, de premie dier mededinging, het verlangen om, als ik het zoo mag noemen, van het budget te leven, te verhoogen ? Is het in het algemeen belang, dat meer en meer ingezetenen worden afgetrokken van de nijverheid, om zich aan den staatsdienst te wijden, in het uitzicht daar een vast inkomen te zullen erlangen ?

Ik meen, Mijnheer de Voorzitter, dat ook die bedenkingen in de schaal mogen worden geworpen, en dat bij behartiging van het lot van de ambtenaren, het vooralsnog eer overweging zou kunnen verdienen om in tijden van bijzondere duurte eene tijdelijke tegemoetkoming aan hen, welke daardoor bijzonder worden gedrukt, te verleenen, dan tot eene verhooging der bezoldigingen in het algemeen over te gaan.

Ik ken een voorbeeld, dat, geloof ik, wel eenige aandacht waard is. In een naburig Rijk, in België, werd onlangs een Koninklijk besluit genomen tot regeling van de bezoldigingen der ambtenaren bij het Departement van Justitie. Het is genomen eenige maanden geleden, voor ambtenaren dus in dezen zelfden duren drukkenden tijd levende te Brussel. Wat vind ik? Ik vind dat al die traktementen doorgaans lager zijn dan de laagste traktementen die bij onze departementen plegen te worden toegekend. Tot onze laagste traktementen behooren — ik zeg dit honoris causa — de traktementen bij het Departement van Binnenlandsche Zaken, dat ook nu nog onder alle departementen, wat dit punt betreft, het meest bescheiden departement is.

Ik vind vooreerst uitgetrokken het traktement van de chefs-debureau, onze referendarissen. Het Koninklijk besluit regelt het maximum en het minimum. Het minimum voor de chefs-de-bureau is 4500 francs, minder dan dat van den minst bezoldigden referendaris bij ons. Het maximum is 8000 francs.

Voor de commiezen van de 1ste klasse is het maximum 2950, het minimum 2400 francs.

Voor de commiezen der 2de klasse is het maximum 2350, het minimum 1800 francs.

Voor die van de 3de klasse eindelijk is het maximum 1750, het minimum 1250 francs.

Ik haal dat besluit om tweederlei reden aan. Vooreerst van wege de cijfers; ten andere van wege den vorm der regeling; want ik geloof dat het voor den Minister zeiven een groot voordeel zou hebben, indien dergelijke regeling, als ook bij ons bestaat ten aanzien van de ambtenaren der provinciale griffiën, ook voor andere klassen van ambtenaren werd nagevolgd; eene algemeene en vaste regeling, waarvan door den Minister niet kon worden afgeweken,