Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willen tegenwerpen, dat ook aan onze zijde het water van de Zuidwillemsvaart tot besproeiing wordt gebruikt. Men zou dit echter ten onrechte doen, om meer dan ééne reden. Vooreerst toch strekken zich de irrigatiën, die bij ons uit de Zuidwillemsvaart worden ontleend, slechts tot eenige honderd bunders uit: en ten andere is onder het vorig Gouvernement gezorgd, — en ik twijfel niet of onder dit Gouvernement zal daaraan de hand zijn gehouden — dat het water, met dat doel uit de Zuidwillemsvaart geleid, in de Zuidwillemsvaart terugkeere. Derhalve, zoodanige bedenking zou, van de zijde van België, tegen het betoog der nadeelen die onze vaart door de Belgische ondernemingen lijdt, niet met grond kunnen worden ingebracht.

Het beginsel zoowel als het uitwerksel van de verbindende bepalingen, die ik zoo even heb aangehaald, het een zoowel als het ander, zou in meerdere of mindere mate verijdeld worden, wanneer het Belgische Gouvernement op den weg. waarop het is, bleef of zelfs voortging.

II. Eene tweede vraag betreft de jaarlijksche stremming der vaart op het Zuidwillemskanaal. Is het volstrekt noodig dat telken jare weken, maanden zelfs, dat kanaal, ten behoeve van herstellingen, gesloten worde ? De belemmering, die daardoor ontstaat, is zeer schadelijk en neemt een groot deel weg van het nut, dat het kanaal zou moeten opleveren. De stremming valt juist in den tijd. waarin de ijverigste scheepvaart zou worden gedreven.

In de wijze van stremming is bij het gemeenschappelijk reglement van 1851, dat men in het Staatsblad van dat jaar n°. 151, aantreft, eene verbetering gebracht. Daarbij is verordend dat beide Regeeringen het tijdstip en den duur der noodzakelijke herstellingswerken zoodanig zullen regelen, dat de stremming deivaart in beide landen gelijktijdig plaats vinde. Maar dit is niet genoeg. Wordt er, voor zooveel de stremming van de Belgische zijde komt, van onzen kant behoorlijk toegezien, dat men daar niet langer stremme dan volstrekt noodzakelijk is V \ oorts dat men, de stremming eens bepaald, zich aan die bepaling houde? Dit laatste gebeurt niet altijd. Nog onlangs werd de termijn van sluiting, waarin van wege de beide Gouvernementen was toegestemd, overschreden. De schepen lagen tegen den dag der opening boven en beneden te wachten, maar zij werd vertraagd en vond eerst 8 of 14 dagen later plaats. De nadeelige gevolgen van zulk eene teleurstelling behoef ik niet te beschrijven.

Ik meen dat ik ook dit punt aan de aandacht van het Gouvernement ernstig mag aanbevelen; het raakt belangen, die op onze zorg de hoogste aanspraak hebben; de scheepvaart voor binnenlandsche gemeenschap zoowel als voor de gemeenschap met het buitenland.

Sluiten