Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de zin der slaveneigenaars is. Ik geloof, dat de Kamer over eene zoo hoogst gewichtige zaak een besluit nemende, met de meeste rondheid en volledig haar gevoelen dient kenbaar te maken.

De heer Rochussen drong nogmaals erop aan. de beslissing over de motie uit te stellen, totdat allen het rapport der staatscommissie met ernst zouden hebben bestudeerd.

De geachte laatste spreker heeft eene waarschuwing aan ons gericht, die wij, geloof ik, goede Nederlanders, minder dan eemge waarschuwing ter wereld behoeven. Geen besluit, geene handeling van onze zijde kan ooit blootstaan aan het vermoeden, dat wij onvoorzichtig zijn geweest of met overijling gehandeld hebben Als laatste reden wordt de bedenking: handelt voorzichtig, inzonderheid dan gehoord, wanneer men op het punt schijnt om tegen het gevoelen van een ander te beslissen, die ziende dat hij de beslissing niet geheel kan keeren, ze ten minste tracht te doen verschuiven. De geachte spreker nu stelt voor op dit oogenblik de beslissing te verschuiven tot een nader te bepalen dag; maar de spreker- heett in zijne vorige rede gezegd wanneer wij rekening zullen kunnen maken op dien dag. Hij stelt zich voor in de aanstaande wintervacantie dat rapport behoorlijk na te gaan; wellicht zal luj daarmede na het einde van die vacantie gereed zijn; anderen evenwel zullen dan misschien nog niet zoo ver gevorderd wezen. Ik vraag wanneer zal dan de Kamer haar gevoelen mogen verklaren ƒ

De geachte spreker uit Amsterdam (de heer Baud) heeft dunkt mij ontijdig het rapport van de commissie, aan welker hootd hij is, in deze discussie gemengd. Dat rapport is ons medegedeeld; doch bij de Kamer is geenerlei voorstel ten gevo ge van dat rapport aanhangig en wij zullen dus, 11a het allen, zooals de spreker wil, behoorlijk te hebben bestudeerd, zoover zijn als op dit oogenblik. Welk ook het gevoelen der commissie, in dat rapport uitgedrukt. zij, wij kunnen, dunkt mij, blijven doen hetgeen wij deden tot dusverre. Wij hebben verklaard dat emancipatie noodzakelijk is; wij hebben niet gezegd, dat men morgen tot die emancipatie zou moeten overgaan, maar wij hebben verlangd en verlangen nog dat al die maatregelen worden genomen, welke de emancipatie kunnen voorbereiden en bespoedigen. Ik kan hoegenaamd met inzien, dat eene orde van den dag, een besluit, zooals nu wordt voorgesteld, eenigszins inbreuk kan maken op hetgeen de gevolgen zouden kunnen zijn van een rapport hetgeen bij de Kamer niet aanhangig en ons daarenboven nog slechts onvolledig bekend is.

Ik zie dus geene reden voor eenig uitstel.

Sluiten