is toegevoegd aan je favorieten.

De onuitgegeven parlementaire redevoeringen van Mr. J. R. Thorbecke

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegemoetkoming aan onderwijzers en onderwijzeressen bij de lagere scholen." Bedoelt de geachte voorsteller onderwijzers en onderwijzeressen enkel bij de openbare, of ook bij bijzondere scholen?

Ik heb in de laatste plaats een verzoek aan den Minister betrekkelijk tot de uitvoering, nadat liet amendement zal zijn aangenomen. Eene dergelijke tegemoetkoming, niet met het uiterste beleid verleend, kan zeer schadelijke gevolgen hebben. \ ele gemeentebesturen in ons land zien hun plicht, om voor een behoorlijk onderhoud van de schoolmeesters te zorgen, niet genoegzaam in. Die besturen zouden kunnen gaan steunen op een dergelijk artikel, om minder te doen, om zich weigerachtiger, of laat ik liever zeggen om zich meer terughoudend te betoonen dan anders wellicht het geval zou zijn, ten einde het Gouvernement te verplichten te geven wat zij niet gezind zijn te verstrekken. Dan zouden tegemoetkomingen, waartoe de geachte voorsteller vrijheid wil verleenen, èn nu èn voor het vervolg, gewis zeer tegen zijne bedoeling, nadeelig werken.

Dit zal echter voor mij geene reden zijn om tegen het amendement te stemmen, onder die voorwaarde dat van de aan het Gouvernement verleende middelen enkel zoodanig gebruik gemaakt worde, waaruit het aangewezen misbruik niet kunne voortspruiten.

Van verschillende zijden had men bezwaar tegen het amendement. De som was, verdeeld over drieduizend onderwijzers en onderwijzeressen, te klein, meende de heer Schimmelpenninck van der Oije. Het was een halve maatregel, die niets dan moeilijkheid kon opleveren.

De heer van Zuijlen van Nyevelt weet den nood der openbare onderwijzers aan de oprichting van zoo vele bizondere scholen; daardoor waren de inkomsten der openbare onderwijzers, voor een groot gedeelte afhankelijk van de schoolgelden, sterk achteruitgegaan.

Door de discussie zijn mijne bedenkingen tegen het amendement van ons geacht medelid uit Almelo niet toegenomen. Ik geloof met hem en anderen, dat men de diensten en den toestand van vele onderwijzers bij de lagere scholen niet op ééne lijn kan stellen met den dienst en den toestand van andere mindere ambtenaren. Het amendement is, dunkt mij, niets anders, dan een voorstel, niet tot verdeeling eener som tusschen alle onderwijzers, of tusschen degenen die de Minister zou willen begunstigen, maar eene som te zijner beschikking gesteld, om daar te geven waar volstrekte behoefte bestaat. Indien nu de Minister, hetgeen hij zonder twijfel zal doen, tegemoetkoming slechts daar verleent waar die van het gemeentebestuur in billijkheid niet mag verwacht worden, dan zal zij terecht worden verleend. Mocht een gedeelte of het geheel worden besteed om te doen, hetgeen de gemeentebesturen verplicht