Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„gehoord de gegeven inlichtingen" over te gaan tot de orde van den dag. De heeren van Goltstein en Wintgens verklaarden, aan de goedkeuring der voorgestelde motie de bepaalde beteekenis van eene veroordeeling van het voorstel tot enquête te willen hechten.

De spreker uit Utrecht (de heer van Goltstein) heeft de discussie gebracht op een terrein, waarop ik hem niet gaarne zou zien volgen. Naar zijn voorbeeld zou er moeilijk een einde aan deze beraadslaging komen. De spreker heeft eene proef gegeven van de kunst, om sprekende over eene motie van orde tot sluiting eener discussie, die discussie zelve voort te zetten. Ik vraag, waarheen het zou leiden, zoo slechts ieder, die gisteren gesproken heeft, eene verklaring, als die van den spreker, wilde afleggen.

De spreker uit Utrecht en ook die uit Delft (de heer Wintgens) geven aan hunne toestemming tot de motie van orde om de discussie te sluiten, eene zeer bepaalde beteekenis. Het besluit der Kamer, evenwel, zoo het genomen wordt, zal, als zoodanig, die beteekenis geenszins hebben. Willen de sprekers dat het besluit die bepaalde beteekenis hebbe. dan moeten zij zich niet vergenoegen de motie van orde te ondersteunen; zij moeten daar inlasschen hetgeen aan die motie het karakter geve. dat zij er aan wenschen toe te kennen.

Over de enquête spreek ik niet. Dat voorstel zal in de sectiën worden onderzocht, en vervolgens in de volle vergadering. Het verband, dat de spreker uit Utrecht heeft willen leggen tusschen een besluit hetwelk de voorgestelde motie van orde bekrachtigde en eene enquête, kan ik in het geheel niet aannemen. Maar het is nu de tijd niet, om dat denkbeeldig verband te discuteeren.

Aan de andere zijde hebben wij den spreker uit Alkmaar (den heer Kochussen) gehoord; hij is tegen het sluiten van de discussie, en de eenige reden, waarom hij zich daartegen verklaart, is deze: wanneer de discussie gesloten wordt en de enquête gaat niet door, dan zouden zij, welke de zaak nog niet goed toegelicht achten, geene gelegenheid meer hebben om te vragen of hun gevoelen in het midden te brengen.

Deze bedenking, dunkt mij. is wel uit den weg te ruimen; al wat wij nu nog mochten wenschen te vragen of te zeggen, zal dan kunnen worden gevraagd en gezegd, wanneer het voorstel van enquête bij deze Kamer aan de orde van den dag zal zijn. Dan zal, geloof ik, het eigenlijk terrein voor de behandeling van dit onderwerp geopend zijn. Thans is eigenlijk de begrooting voor het Departement van Koloniën aan de orde. Zoo wij de discussie, die ons tot dusver bezig hield, thans sluiten, komen wij tot onze orde van den dag; om later de zaak der kopermunt in haren vollen omvang en van alle zijden te beschouwen, wanneer der Kamer zal worden gevraagd: wilt gij eene enquête en op welke wijze ?

Sluiten