Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waartoe ? Om schuld te kunnen aflossen. Ik ben van eene vlak tegenovergestelde meening. Ik verlang een lager cijfer van uitgaven : dat niet meer geheven worde dan noodig is voor den dienst; en dat er gcene belasting, geheel of gedeeltelijk, worde opgelegd om schuld onverplicht te delgen. Voor het overige trede ik nu niet, Mijnheer de Voorzitter, op dit late avonduur, verder in de beginselen, krachtens welke de broodaccijns is afgeschaft, en die tot vrijmaking der bronnen van het volksinkomen, waaruit de schatkist het hare ontleent, in ons belastingstelsel meer en meer moeten doordringen.

Ik trede ook niet in politieke beschouwingen, die men van financieele beschouwingen beeft gelieven af te zonderen, alsof de tinanciën van den Staat niet een voornaam deel zijner politiek uitmaakten. Ik trede daarin nu niet. want ik zou de redevoeringen, die ik dezen ochtend van den Minister van Buitenlandsche Zaken en van den geachten spreker uit de residentie (den heer Groen) hoorde, moeten aanraken. Redevoeringen die mij. gelijk, denk ik, aan ieder uwer, als kunst- en meesterstukken van taktische beweging zijn voorgekomen. De spreker uit de residentie is, volgens zijne verklaring van dezen morgen, geen vriend van wandelen, van beweging. Ik geloof dat de geachte spreker naar waarheid van zich zeiven heeft getuigd wat de daad, het doen of handelen, niet wat woord en rede betreft; zijne redevoeringen toch, ook die van heden, maken doorgaans bewegingen, vrij wat sterker en verrassender dan die men onder wandeling pleegt te verstaan.

Beide sprekers, de Minister van Buitenlandsche Zaken en de afgevaardigde uit de residentie, bij groote ongelijkheid in menig opzicht, komen, dunkt mij. in ééne eigenschap wel overeen. Beiden verstaan de kunst uitnemend om in de discussie nooit te zijn op het punt, waar men hen meent te ontmoeten; en nu het zoo laat is geworden, zal. geloof ik. de Kamer mij dank weten, indien ik niet trachte hen te vatten of te achterhalen.

8 Februari. Voorstel van den heer van Hoëvell tot het houden eener enquête omtrent de levering van koperen muntplaatjes voor nederlandscli Indië (vergel. hiervóór blz. 309). Algemeene beraadslaging.

Ik heb mij gisteravond ten nutte gemaakt om de debatten van den eersten dag, 11 December, waarop over dit onderwerp is gediscuteerd, na te lezen, en vervolgens den indruk dien ik had medegebracht van de beraadslaging van gisteren, in mijn geest samen te trekken. Ik vrage nu verlof, niet öm dien indruk, in zijn geheel te schetsen, maar om eenige opmerkingen daarover aan de Vergadering te onderwerpen.

Sluiten