Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus aUe belangen, die onder het bereik van wetgeving en bestuur zijn. Het is derhalve even onbeperkt, als de deelneming van de tweede Kamer aan de aangelegenheden van wetgeving en bestuur en van alle zaken, die onder het bereik van wetgeving en bestuur zijn onbeperkt is te noemen. Het is alzoo in zeker opzicht onbeperkt.

In zeker opzicht wensch ik niet verstaan te hebben in den zin waarin die woorden soms gebezigd worden door den geachten spreker uit de residentie, maar om te kennen te geven, dat niemand licht grenzen aan de verscheidenheid der voor enquête vatbare onderwerpen zal voorschrijven.

Wanneer komt nu enquête te pas? Mjj dunkt, wanneer de inlichtingen, die men van het Gouvernement verkregen heeft of verkrijgen kan, zijn uitgeput en wanneer de Kamer andere inlichtingen behoeft. Dit nu is hier het geval.

Ik laat mij niet weêrhouden, Mijnheer de Voorzitter, door een gevoel dat in onze maatschappij zeer veel en. zoo mij voorkomt, te veel kracht heeft: de vrees voor controle. Ik bedoel nu niet de vrees om te worden gecontroleerd, die onder onze menschen wellicht niet grooter, dan elders is, maar de vrees, die onze partikuliere en publieke maatschappij beheerscht om eene noodzakelijke contróle op anderen toe te passen. Men vreest personen te krenken en laat liever het algemeene belang krenken. Dat is eene onwaardige menschenvrees, die bjj ons menig ongeluk onder partikulieren

gesticht, en die van de behandeling der publieke zaak vooral verre moet blijven.

Het is te eenen male onbehoorlijk, dat een minister, over eene aanneming van werk gelijk hier moest plaats hebben, gaat contereeren met een ambtenaar, die in de zaak belang heeft of kan hebben. De Minister moet experts raadplegen, niet slechts één enkelen zooals hier schijnt geschied te zijn. De Minister moet. geloof ik. trachten, zoo mogelijk, meer experts te raadplegen, en zoo het ambtenaren zijn. bovenal zorgen dat zij in de onderneming niet op andere wijze zijn betrokken of kunnen betrokken worden, at is een eerste regel van een nauwgezet, eerlijk bestuur, anneer bij onze verschillende departementen zóó gehandeld wierd ten aanzien van die honderde en duizenden aannemingen, als hier

dat van Koloniën geschied is. wanneer men met een ingenieur ging confereeren en zelfs dien ingenieur ging aanmoedigen om deelgenoot te worden in een publiek werk. Mijnheer de Voorzitter, waarheen, ik bid liet u, zou dat leiden? Ik vraag, of, wanneer de Minister van Koloniën met de heeren Enthoven gehandeld had gelijk hij gehandeld heeft met den muntmeester Bake. niet een algemeene kreet van afkeuring zou zijn opgegaan? En evenwel staat het een volkomen gelijk met het ander, zoo de muntmeester niet belet werd eemg persoonlijk belang in de zaak te nemen

Sluiten