Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons voorspelt, een voorstel van enquête zal afwijzen, dat te voren, vóór dat incident, als aannemelijk werd beschouwd. Dit verzekert ons, Mijnheer de Voorzitter, de geachte spreker, die als geschiedverhaler van de gevoelens der meerderheid gewis geloof verdient. En evenwel ben ik genegen te twijfelen. Want mocht ik niet twijfelen, dan zou zich hier het verschijnsel voordoen, dat voor de meerderheid van deze Kamer het welzijn van de regeerders boven de publieke zaak ging; en ik behoef den geachten spreker vooral niet te herinneren, dat het te allen tijde het ken- en brandmerk van partijziekte, de vloek van slechte gouvernementen en verdorven volksvergaderingen was, het publiek belang aan het belang der bestuurders op te oiferen. Zoo iets zou hier hebben plaats gehad. En een parlementair incident zou eene zaak. die naar de overtuiging der meerderheid in het algemeen belang eene enquête vorderde, ter zijde doen stellen !

„De nederlaag der oppositie." „De oppositie is toen ten minste niet geweest regeerende partij."

Is zij het ooit geweest op die wijze, Mijnheer de Voorzitter? W as de oppositie ooit regeerende partij in dien zin, dat de meerderheid zich hier vereenigde met een voorstel, rechtstreeks komende van de oppositie? Neen! maar de meerderheid heeft het verdriet gehad, de beginselen, het stelsel, de waarheden, door de oppositie voorgestaan, soms te zien zegepralen, door de medewerking der Regeering. En ik worde niet zeer gedeerd, Mijnheer de Voorzitter ! door eene schijnbare nederlaag, wanneer ik behooren mag tot eene partij, welke op die wijze regeerende partij mag worden genoemd.

Beraadslaging over de bizonderheden van het voorstel.

Is amendeering van een voorstel tot het houden van enquête mogelijk ?

Ik heb eene bedenking zoowel tegen het advies van den eersten spreker als tegen dat van den laatsten.

Volgens den eersten (den heer van Heiden Reinestein) zou men eerst de vraag in het algemeen: zal eene enquête worden gehouden ? in stemming moeten brengen. Mij dunkt, het kan nooit alleen de vraag zijn : zal er in het algemeen eene enquête worden gehouden; maar wel: zal er eene enquête worden gehouden over dat bepaalde onderwerp of die bepaalde vragen, die zijn voorgesteld ?

De laatste spreker (de heer Mackay) meent dat hier geen amendement is toe te laten. Ik zie hoegenaamd niet in, waarom men het voorstel tot enquête in den loop der beraadslaging niet zou kunnen veranderen. Meent men dat door eenig amendement eene zoo groote verandering in het voorstel wordt gebracht, dat zij nieuwe overweging eischt, dan staat het ieder lid vrij, te ver-

Sluiten